Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 9 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de spreekaantekeningen van [eisers] ,
- de spreekaantekeningen van Movare.
2.De feiten
‘conflict Movare’.
- In uw talrijke mailberichten gericht aan een groot aantal medewerkers van de school en/of Onderwijsstichting MOVARE is steeds sprake van achterdocht, beschuldigingen en (ernstige) beledigingen. Hieruit blijkt geen enkel vertrouwen in de (medewerkers van) school, over medewerkers zegt u onder andere dat zij schijnheilig zijn, dat zij roeptoeteren, een verhaal erbij fantaseren, op een hysterische wijze verhalen, dat zij zich infantiel gedragen en dat u bij MOVARE nog niet iemand van niveau bent tegengekomen.
- U weigert stelselmatig (tot vier keer toe) in te gaan op een uitnodiging voor een gesprek over de ontstane situatie. U wilt eerst schriftelijke antwoorden ontvangen op een groot aantal vragen.
- U hebt [naam jongen] onlangs voor onbepaalde tijd afgemeld met als reden ‘conflict met MOVARE”. Hiermee creëert u een voor [naam jongen] onhoudbare situatie op school.
3.Het geschil
4.De beoordeling
“nietig te verklaren.”Nog afgezien van het feit dat [eisers] op geen enkele wijze voor het voetlicht hebben gebracht op grond van welke bepalingen in Boek 2 (‘Rechtspersonen’) van het Burgerlijk Wetboek bedoelde beslissing van Movare als rechtspersoon – een stichting – rechtens tot nietigheid zou moeten leiden, zou toewijzing van de vordering leiden tot een declaratoir vonnis (een ‘verklaring voor recht’), waartoe de rechter in kort geding niet bevoegd is. Hetzelfde geldt voor het onder 2 gevorderde om de verwijdering van [naam jongen] “onrechtmatig te verklaren;” ook dat zou bij toewijzing leiden tot een declaratoir vonnis, waarvoor in een kort gedingprocedure geen plaats is. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter enkel nog de vorderingen beoordelen waarin wordt gevraagd Movare te gelasten om [naam jongen] weer in te schrijven op [naam school 1] en haar te gelasten over te gaan tot het geven van onderwijs aan [naam jongen] . De gevorderde
“verbeurdverklaring van € 25.000,-“komt de voorzieningenrechter als een obscuur libel voor, zodat hier terstond aan voorbij zal worden gegaan.
‘conflict Movare.’Niet [naam school 1] dus, maar [eisers] hebben [naam jongen] hiermee en vanaf dat moment van school gehouden, een situatie die tot op de dag van vandaag voortduurt.
“hoe nu samen verder.”
“altijd een passende plek krijgen” [8] en dat (derhalve) sprake is van een resultaatsverplichting. Dit vindt geen steun in de wet. [9] Immers, uit de bewoordingen van artikel 40 lid 11 WPO Pro (zie hiervoor onder rov. 4.4) is eenduidig af te leiden dat een andere school bereid moet zijn tot toelating, niet meer en niet minder dan dat. Het (vermeende) vereiste dat pas mag worden uitgeschreven, als sprake is van een inschrijving van de leerling bij de ontvangende school, is daarom niet aan de orde. De zorgplicht houdt in dat er een passend onderwijsaanbod wordt gedaan, aan welke verplichting door Movare is voldaan, waarna het aan de ouders is om al dan niet op dat aanbod in te gaan. De bevoegdheid om een kind als leerling in te schrijven ligt immers bij de ouders (en niet bij de school). [10] In diezelfde lijn schrijft de heer [naam consulent] , consulent Leerplicht/RMC, aan [eisers] bij e-mail van 19 juli 2024: [11]
– dit is specialistische ondersteuning die enkel op speciaal onderwijs wordt aangeboden – reageert de directeur van genoemde basisschool naar aanleiding van die specifieke vraag en op basis van die informatie dat niet meteen kan worden toegezegd dat de school passend is voor [naam jongen] . Speciaal onderwijs voor [naam jongen] is echter volstrekt niet aan de orde, zo beklemtoont en herhaalt Movare nog eens op zitting van 9 maart j.l.
– de voorzieningenrechter benadrukt dat het gaat om overleg met de ouders van de te verwijderen leerling over de ontvangende school – zijn het [eisers] zelf geweest die stelselmatig het overleg met Movare uit de weg zijn gegaan en daarmee ‘de pedagogische driehoek’ van school, ouders en leerling definitief hebben verstoord. Met ‘praten’ met de school en het medewerking verlenen aan redelijke verzoeken [13] had veel ellende voorkomen kunnen worden, ja zelfs de verwijdering van [naam jongen] . Dat het anders is gelopen en uiteindelijk heeft geleid tot deze procedure, is dan ook louter en alleen toe te rekenen aan de onwrikbare, ja ook onredelijke, houding van [eisers]
‘conflict Movare’.