ECLI:NL:RBLIM:2025:12767

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
C/03/331728 / HA ZA 24-280
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement van een fitnessonderneming en de rol van de lessor

In deze zaak heeft de Rechtbank Limburg op 29 oktober 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen de rechtspersoon CoOpera Finanzierungen Deutschland GmbH en de gedaagden, waaronder Clever Fit Netherlands B.V. De zaak betreft bestuurdersaansprakelijkheid na het faillissement van Cf Fitness Heerlen B.V., een fitnessonderneming die door de rechtbank failliet was verklaard. CoOpera, als lessor, vorderde schadevergoeding van de bestuurder van Cf Fitness Heerlen, [gedaagde sub 1], en van Clever Fit Netherlands B.V. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van bestuurdersaansprakelijkheid, omdat de bestuurder geen ernstig verwijt kon worden gemaakt. De rechtbank overwoog dat de bestuurder niet wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen. CoOpera had onvoldoende bewijs geleverd dat de bestuurder betrokken was bij de verdwijning van geleasete fitnessapparatuur. De rechtbank wees de vorderingen van CoOpera af en veroordeelde haar in de proceskosten van de gedaagden, die in totaal € 13.799,00 bedroegen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/331728 / HA ZA 24-280
Vonnis van 29 oktober 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
COOPERA FINANZIERUNGEN DEUTSCHLAND GMBH,
te Neuenbürg, Duitsland,
eisende partij,
hierna te noemen: CoOpera,
advocaat: mr. L.M. Bischof,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
CLEVER FIT NETHERLANDS B.V.,
te Heerlen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] en afzonderlijk [gedaagde sub 1] en Clever Fit Netherlands,
advocaat: mr. U. Acker.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het incidenteel vonnis van 23 oktober 2024
- de conclusie van antwoord
- de producties 21 en 22 van CoOpera
- de mondelinge behandeling op 21 augustus 2025 en het daarvan opgemaakt proces-verbaal,
- de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling door mr. Acker voorgedragen spreekaantekeningen,
- het tijdens de mondelinge behandeling door mr. Bischof overgelegde e-mailbericht met bijlagen van 20 november 2024,
- het e-mailbericht van mr. Bischof van 8 september 2025,
- de brief van de griffier aan partijen van 17 september 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
CoOpera is een rechtspersoon naar Duits recht, welke onder meer is gespecialiseerd in de aankoop, leasing en verkoop van roerende activa en de bemiddeling bij lease- en huurkoopovereenkomsten.
2.2.
[gedaagde sub 1] exploiteert in Duitsland meerdere fitnessstudio’s binnen de Clever Fit franchiseformule. In Nederland is hij in 2018 gestart met een fitnesstudio in het Maankwartier in Heerlen. Daartoe heeft hij Clever Fit Netherlands en het bij vonnis van 11 oktober 2023 failliet verklaarde Cf Fitness Heerlen B.V. (hierna: Cf Fitness Heerlen) opgericht. Clever Fit Netherlands is enig aandeelhouder van Cf Fitness Heerlen en [gedaagde sub 1] is bestuurder van beide vennootschappen.
2.3.
De inrichting van de studio in Heerlen werd gefinancierd middels leaseovereenkomsten. Aanvankelijk zijn daartoe tussen de rechtsvoorganger van CoOpera – Phytagorent – en Cf Fitness Heerlen meerdere overeenkomsten met betrekking tot de lease van fitnessapparaten gesloten. Deze zijn op 30 juli 2021 vervangen door één tussen CoOpera en Cf Fitness Heerlen gesloten leaseovereenkomst.
2.4.
CoOpera heeft bij brief van haar raadsman van 27 juli 2023 aan Cf Fitness Heerlen medegedeeld dat tot revindicatie van de geleasete zaken zal worden overgegaan indien Cf Fitness Heerlen geen gebruik maakt van een aanbod tot koop van die zaken. Als reden hiervoor wordt genoemd dat, ondanks sommaties, een flink bedrag van de verschuldigde leasetermijnen open staat, alsmede het feit dat CoOpera – zoals eerder medegedeeld – haar leasing-activiteiten wenst te beëindigen per 31 juli 2023. CoOpera stelt Cf Fitness Heerlen bij die brief aansprakelijk voor door haar in deze kwestie geleden en te lijden schade, onder meer wegens nog openstaande posten uit hoofde van de voornoemde leaseovereenkomst.
2.5.
Partijen hebben vervolgens gecorrespondeerd over een regeling, maar CoOpera heeft tevens haar aansprakelijkstelling gehandhaafd en per schrijven d.d. 21 september 2023 nader uitgewerkt.
2.6.
Cf Fitness Heerlen is, op basis van een eigen verzoek, op 10 oktober 2023 door deze rechtbank in staat van faillissement verklaard.
2.7.
CoOpera heeft naar aanleiding van dit faillissement contact gezocht met de door de rechtbank in het faillissement benoemde curator, teneinde te inventariseren of de aan haar toebehorende zaken – de leaseapparaten – nog bij Cf Fitness Heerlen aanwezig waren en wat de actuele toestand hiervan was. Samen met de curator zijn vertegenwoordigers van CoOpera daartoe op 31 oktober 2023 op de locatie van Cf Fitness Heerlen geweest.
2.8.
Vervolgens heeft CoOpera zich op het standpunt gesteld dat bij de bezichtiging is geconstateerd dat diverse apparatuur niet meer aanwezig was dan wel beschadigingen heeft.
Hiervoor heeft zij [gedaagde sub 1] als bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld en hem gesommeerd tot teruggave over te gaan en aansprakelijkheid te erkennen.
2.9.
[gedaagde sub 1] heeft per e-mail van 13 november 2023 iedere aansprakelijkheid betwist en gesteld onwetend te zijn ten aanzien van verdwenen fitnessapparatuur.
2.10.
Hierna heeft CoOpera bij brief van 21 november 2023 bij de curator een vordering ter verificatie ingediend wegens openstaande leasetermijnen ten bedrage van € 559.596,51, almede een bedrag van € 149.664,48 wegens ontbrekende fitnessapparatuur.
2.11.
CoOpera handhaaft haar standpunten en heeft op 24 januari 2024 tevens Clever Fit
Netherlands B.V. aansprakelijk gesteld.

3.De beoordeling

3.1.
De door CoOpera ingestelde vorderingen zijn in het vonnis van 23 oktober 2024 onder 2.1. weergegeven. Samengevat vordert CoOpera een verklaring voor recht dat [gedaagden] ieder afzonderlijk aansprakelijk zijn voor de door haar geleden en nog te lijden schade en hen hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de schade. Deze schade bestaat volgens CoOpera uit twee componenten. Het zou ten eerste de door Cf Fitness Heerlen niet betaalde leasetermijnen ten bedrage van, volgens CoOpera, € 559.596,51 betreffen. Daarnaast zou het gaan om de waarde van de volgens CoOpera verdwenen fitnessapparaten, welke waarde wordt gesteld op € 140.602,08. Ter beoordeling staat dus of [gedaagden] aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de door CoOpera gestelde schadecomponenten.
Leasetermijnen
3.2.
De schadecomponent ten aanzien van de leasetermijnen betreft hetgeen Cf Fitness Heerlen volgens CoOpera nog had moeten betalen op grond van de tussen CoOpera en Cf Fitness Heerlen gesloten leaseovereenkomst (zie 2.3.) CoOpera vordert dus van [gedaagde sub 1] nakoming van de leaseovereenkomst met Cf Fitness Heerlen dan wel een schadevergoeding als gevolg van de niet-nakoming van die leaseovereenkomst door Cf Fitness Heerlen. Hoofdregel in het civiele (rechtspersonen)recht is echter dat alleen degene met wie een overeenkomst is gesloten worden aangesproken op de (niet-)nakoming daarvan. Dat is in dit geval dus Cf Fitness Heerlen. In de dagvaarding heeft CoOpera niet toegelicht waarom niettemin [gedaagde sub 1] zou kunnen worden aangesproken. Tijdens de mondelinge behandeling is desgevraagd verklaard dat [gedaagde sub 1] een persoonlijk ernstig verwijt treft. Daarmee doet CoOpera kennelijk een beroep op bestuurdersaansprakelijkheid van [gedaagde sub 1] . Aangezien Clever Fit Netherlands geen bestuurder is van Cf Fitness Heerlen, kan ook op die grond een vordering tegen haar niet worden toegewezen. Hierna zal worden beoordeeld of [gedaagde sub 1] bestuurdersaansprakelijkheid kan worden verweten.
3.3.
Voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld, in die zin dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, mede gelet op zijn verplichtingen tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW. Of daarvan sprake is, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Van ernstige persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurder, leidend tot externe bestuurdersaansprakelijkheid, kan sprake zijn indien deze bij het aangaan van die verbintenis wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem persoonlijk ter zake van de benadeling geen ernstig verwijt kan worden gemaakt (zie onder meer HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521, NJ 1990/286 (Beklamel)). In de kern houdt dit zogenoemde Beklamel-criterium de eis in dat de bestuurder bij het aangaan van de verbintenis wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser van de vennootschap als gevolg van zijn handelen schade zou lijden (zie HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628).
3.4.
Bij de mondelinge behandeling is door CoOpera ter onderbouwing van haar stelling dat van dit laatste sprake is, aangevoerd dat [gedaagde sub 1] bij het aangaan van de leaseovereenkomst in 2021 wist waartoe hij zich verbond, maar dat hij ook wist dat Cf Fitness Heerlen in zwaar vaarwater terecht kwam. Kennelijk is haar stelling dat [gedaagde sub 1] bij het aangaan van de leaseovereenkomst in 2021 wist dat Cf Fitness Heerlen deze niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden.
3.5.
[gedaagden] hebben gemotiveerd betwist dat het [gedaagde sub 1] bij het sluiten van de leasingsovereenkomst duidelijk was dat Cf Fitness Heerlen de verplichtingen niet na zou kunnen komen alsook dat CoOpera wist welke risico’s aan verdere financiering van Cf Fitness Heerlen waren verbonden, stellende dat:
- met het intreden van de coronacrisis in 2020 en de gedwongen sluiting van de sportschool als gevolg daarvan, de betaling van veel lidmaatschapsgelden wegviel en Cf Fitness Heerlen in betalingsproblemen kwam,
- op enig moment tussen partijen de mogelijkheden zijn onderzocht om de situatie op te lossen,
- het resultaat van die bespreking het oversluiten van de bestaande leaseovereenkomsten in een nieuwe leaseovereenkomst was,
- daarbij een hoger leasebedrag werd opgenomen dan het totaal van de tot dan toe verstrekte financieringen, vanwege de achterstand in de betalingen en de daarover verschuldigde rente,
- bij het aangaan van de leaseovereenkomst in 2021 de hoop was dat, vanwege het schijnbare einde van de coronapandemie en daarbij horende maatregelen, de moeilijke tijden voor Cf Fitness Heerlen ten einde kwamen en dat er in de toekomst wel een succesvolle exploitatie mogelijk was,
- CoOpera bij het sluiten van leaseovereenkomst op de hoogte was van de bedrijfsgegevens van Cf Fitness Heerlen en was ingelicht over de uitdagingen en problemen waarmee Cf Fitness Heerlen te kampen had,
- het tekenen van de leaseovereenkomst gebeurde tegen de achtergrond van de voordien bestaande leaseovereenkomsten en de betalingsproblemen die er waren geweest, zodat CoOpera wist van het risico dat zij nam maar dat zij dat verkoos boven een zeker verlies bij een faillissement op dat moment,
- na het sluiten van de leaseovereenkomst in 2021 het toch niet gelukt is de inkomsten van Cf Fitness Heerlen stabiel te krijgen vanwege (o.a.) nieuwe coronamaatregelen en zelfs een lock-down in december 2021, problemen met de locatie (gelegen in het Maankwartier, ten aanzien waarvan de belofte van een hoge bezettingsgraad en bijkomende aantrekkingskracht niet bewaarheid werd), problemen met het onderhoud van het gehuurde (met verstoringen in de bedrijfsvoering en zelf tijdelijke sluiting als gevolg) en een gebrekkig ontworpen klimaatsysteem van het gehuurde (met hoge naheffingen voor energie als gevolg),
- daardoor weer betalingsachterstanden op de lease-overeenkomst ontstonden,
- Cf Fitness Heerlen CoOpera ook in deze periode heeft geïnformeerd over haar financiële positie, de onderhandelingen met de verhuurder en de markt/commerciële situatie (zie productie 4 [gedaagden] en productie 5 CoOpera),
- partijen vanwege de betalingsproblemen opnieuw in gesprek zijn gegaan (productie 6 [gedaagden] )
- in mei 2023 de mogelijkheid van een faillissement van Cf Fitness Heerlen met CoOpera is besproken,
- de energieleverancier weigerde iets te doen aan de hoge naheffingen en de energievoorziening heeft gestaakt per 7 september 2023,
- de sportstudio daarna niet meer open kon,
- al deze omstandigheden hebben geleid tot het besluit om het eigen faillissement aan te vragen, om te voorkomen dat er nog meer schulden zouden ontstaan,
- onder de vlag van de leaseovereenkomst uit 2021 nog € 134.606,28 aan CoOpera is betaald.
3.6.
CoOpera is op de hiervoor aangehaalde stellingen van [gedaagden] niet meer concreet ingegaan. Zij heeft wel gesteld dat er door [gedaagde sub 1] niet naar oplossingen is gekeken voor het faillissement, hij niet bereikbaar was na het faillissement en dat het faillissement is aangevraagd zonder CoOpera daarvan in kennis te stellen, maar de door [gedaagden] geschetste aanleiding van het faillissement als gevolg van de ontwikkelingen na het sluiten van de lease-overeenkomt en de wetenschap die CoOpera voorafgaand aan het faillissement had, is niet betwist. CoOpera heeft daarmee volstrekt onvoldoende onderbouwd dat aan [gedaagde sub 1] een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt, in de zin dat hij bij het aangaan van de lease-overeenkomst wist of behoorde te weten dat Cf Fitness Heerlen niet volledig zou kunnen nakomen (en CoOpera daarvan niet op de hoogte was) of anderszins.
3.7.
Ten aanzien van Clever Fit Netherlands B.V. is tevens gesteld dat zij in haar hoedanigheid van enig aandeelhouder van Cf Fitness Heerlen aansprakelijk is voor de geleden schade op grond van onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. Daartoe verwijst CoOpera naar het Osby-arrest en verdere jurisprudentie op het gebied van de aansprakelijkheid van een moedervennootschap. CoOpera heeft ter onderbouwing van deze stelling geen andere standpunten naar voren gebracht dan die hiervoor – bij de bespreking van de verwijten aan het adres van [gedaagde sub 1] – al zijn besproken en verworpen. Ook Clever Fit Netherlands B.V. kan daarom niet aansprakelijk worden gehouden.
Ontbrekende fitnessapparaten
3.8.
Ook aan de gestelde aansprakelijkheid voor de schade ten gevolge van het verdwijnen van een deel van de geleasete fitnessapparatuur is bestuurdersaansprakelijkheid van [gedaagde sub 1] ten grondslag gelegd. Daartoe beroept CoOpera zich op artikel 2:248 BW en op onrechtmatig handelen van [gedaagde sub 1] door in strijd te handelen met de behoorlijke taakvervulling van een bestuurder ex artikel 6:162 6W jo. 2:9 BW.
3.9.
Slechts de curator, in dit geval de curator in het faillissement van Cf Fitness Heerlen, komt de bevoegdheid toe een vordering op grond van artikel 2:248 BW in te stellen, na daartoe door de rechter-commissaris te zijn gemachtigd. Het beroep op dit artikel kan, zoals door [gedaagden] terecht is aangevoerd, alleen al daarom niet opgaan.
3.10.
Ter beoordeling staat dus het beroep op onrechtmatige daad ingevolge 6:162 BW. Daartoe stelt CoOpera dat de fitnessapparaten zeer waarschijnlijk vlak voor het faillissement zijn verdwenen, gezien het feit dat de curator reeds kort na het faillissement ter plaatse aanwezig is geweest
.Daar [gedaagde sub 1] enig bestuurder was van Cf Fitness Heerlen, was hij verantwoordelijk voor het adequaat bestuur en beheer van de activa van de onderneming, aldus CoOpera.
3.11.
Zoals hierboven reeds is weergegeven, dient voor een beroep op bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW de bestuurder, gelet op de concrete omstandigheden van het geval, een voldoende persoonlijk en ernstig verwijt te kunnen worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld ook het geval zijn omdat hij als bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.
3.12.
De enkele omstandigheid dat [gedaagde sub 1] bestuurder is van Cf Fitness Heerlen maakt niet dat hem een persoonlijk en ernstig verwijt kan worden gemaakt als geleasete goederen zouden zijn verdwenen. De aansprakelijk op grond van de hoedanigheid van bestuurder is door CoOpera niet verder uitgewerkt. In zoverre slaagt het beroep op artikel 6:162 BW niet.
3.13.
CoOpera neemt – kennelijk – ook het standpunt in dat [gedaagde sub 1] er zelf zorg voor heeft gedragen dat de van CoOpera geleasete zaken zijn verdwenen. [gedaagde sub 1] betwist dat. CoOpera verwijst daartoe naar een verklaring van [naam 1] , een voormalig lid van de sportschool van Cf Fitness Heerlen en de huidige uitbater van een sportschool op de plek waar Cf Fitness Heerlen haar sportschool exploiteerde. Uit diens verklaring haalt zij een aantal volgens haar zeer opmerkelijke gebeurtenissen aan:
“- hij is zowel op 3 alsmede 8 september 2023 in de sportschool geweest, waarbij hij heeft
vastgesteld dat in de periode tussen voornoemde dagen diverse apparatuur was weggehaald, waar(van) hij tevens foto’s aan zijn verklaring heeft toegevoegd;
- op 8 september 2023 ontvingen de leden van de sportschool, een mededeling dat de
sportschool gaat sluiten;
Op 14 september 2023 was dhr. [gedaagde sub 1] in ieder geval nog aanwezig op locatie. Dhr. [gedaagde sub 1]
is op die dag met andere Duitssprekende personen op locatie geweest. Daarbij heeft hij opgemerkt, althans suggereerde hij volgens [naam 1] , dat indien een doorstart niet zou lukken, hij de BV failliet zou laten verklaren en uit Nederland zou vertrekken;
- door [naam 1] wordt expliciet een andere mogelijke getuige benoemd, genaamd [naam 2] . Deze mevrouw zou getuige zijn geweest van het verwijderen van de fitnessapparatuur;
- [naam 1] beschrijft het weghalen van zonnebanken van de locatie, vastgelegd op foto 11, nota bene door een vrachtwagen met een Duits reclamebord.
3.14.
De aangehaalde verklaring van dhr. [naam 1] biedt naar het oordeel van de rechtbank echter geen enkele basis voor de gestelde betrokkenheid van [gedaagde sub 1] . Uit die verklaring blijkt niets dat [gedaagde sub 1] in verband zou kunnen brengen met het wegnemen van zaken waarvan CoOpera nu stelt dat deze zijn verdwenen. Wel wordt door zowel [naam 1] als CoOpera – in de dagvaarding en ter zitting – nadrukkelijk verwezen naar het weghalen van zonnebanken ‘
nota bene door een vrachtwagen met een Duits reclamebord’, maar vaststaat dat CoOpera geen zonnebanken in lease heeft gegeven en [gedaagde sub 1] heeft onweersproken gesteld dat het gehuurde zonnebanken waren die door de (Duitse) verhuurder werden opgehaald.
3.15.
CoOpera stelt daarnaast dat zij heeft vernomen dat de apparatuur zeer waarschijnlijk binnen andere fitnesscentra in Duitsland wordt gebruikt/aan deze is doorverkocht. Dienaangaande verwijst zij naar een voorafgaand aan de mondelinge behandeling als productie 21 overgelegde verklaring per e-mail van de echtgenote van [gedaagde sub 1] , met wie hij in een echtscheidingsprocedure verwikkeld is. In die verklaring staat – kort gezegd – dat zij op 6 november 2024 gemaakte foto’s overlegt van fitnessapparatuur die zich bevindt in een opslagplaats in Ennepetal (Duitsland) en dat andere apparatuur te vinden zal zijn in andere door [gedaagde sub 1] geëxploiteerde sportscholen in Duitsland.
3.16.
[gedaagde sub 1] heeft deze verklaring gemotiveerd weersproken. Bij de mondelinge behandeling is verklaard dat [gedaagde sub 1] in Duitsland zeven sportscholen heeft die identiek zijn ingericht. Hij heeft ook een opslagplaats in Ennepetal. Daar worden spullen uit de sportscholen gerepareerd. Nadat de op 6 november 2024 door mevrouw [gedaagde sub 1] gemaakte foto’s ter zitting zijn overgelegd, heeft [gedaagde sub 1] verklaard dat daarop de opslagplaats in Ennepetal zichtbaar is en dat de zich daar bevindende zaken die op de foto’s zichtbaar zijn niet afkomstig zijn uit de sportschool in Heerlen. Op foto 1 is volgens [gedaagde sub 1] een powerplate zichtbaar, afkomstig van een andere sportschool van [gedaagden] Op foto 3 zijn volgens [gedaagde sub 1] hele oude gewichten uit de oude sportschool in Ennepetal te zien. In de sportschool in Heerlen hebben ze een ander soort gewichten, aldus [gedaagde sub 1] .
3.17.
CoOpera is op het verweer van [gedaagde sub 1] niet meer ingegaan, zodat aan de hand van de door CoOpera overgelegde foto’s niet kan worden aangenomen dat de daarop zichtbare apparatuur afkomstig is van Cf Fitness Heerlen. De onderbouwing van de stellingen van CoOpera berust dan slechts op de niet nader onderbouwde beschuldiging van de echtgenote van [gedaagde sub 1] , die klaarblijkelijk op slechte voet met [gedaagde sub 1] staat en – belangrijker nog – geen concrete aanwijzingen bevat voor enige betrokkenheid van [gedaagde sub 1] bij het wegmaken van zaken. CoOpera heeft de betrokkenheid van [gedaagde sub 1] bij het verdwijnen van tot de leaseovereenkomst behorende fitnessapparatuur ook anderszins niet concreet gemaakt. De rechtbank komt gelet op deze omstandigheden tot het oordeel dat CoOpera haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Aan bewijslevering middels de door CoOpera aangedragen getuigen wordt gelet daarop niet toegekomen.
3.18.
Tevens stelt CoOpera ook hier weer met een beroep op het Osby-arrest, dat de moedermaatschappij van Cf Fitness Heerlen, Clever Fit Netherlands B.V., in haar hoedanigheid als enig aandeelhouder aansprakelijk is voor de geleden schade op grond van onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. Dit standpunt wordt niet aanvaard,, waartoe wordt verwezen naar hetgeen onder 3.7. is overwogen.
Tot slot
3.19.
Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de vorderingen van CoOpera dienen te worden afgewezen. Niet hoeft meer te worden ingegaan op de overige ten verwere door [gedaagden] naar voren gebrachte stellingen, onder meer inhoudende dat:
- blijkens de tekst van de leaseovereenkomst van 30 juli 2021 alleen de zogenoemd Johnson Health Tech Matrix-zaken werden geleased en CoOpera in haar schadeopgave ook veel andere zaken noemt,
- uit de foto’s die [naam 1] bij zijn verklaring heeft gevoegd en uit foto’s die op social media te vinden zijn, blijkt dat een deel van de beweerdelijk verdwenen goederen nog aanwezig zijn,
- is gebleken dat [naam 1] en voormalig werknemer van Cf Fitness Heerlen zich zonder wetenschap en instemming van [gedaagde sub 1] toegang tot de sportschool hebben verschaft tussen het moment van het beëindigen van de activiteiten en de beweerdelijke ontdekking van het verdwenen zijn van zaken.
3.20.
CoOpera is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- griffierecht
6.617,00
- salaris advocaat
7.004,00
(2 punten × € 3.502,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
13.799,00

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
wijst de vorderingen van CoOpera af,
4.2.
veroordeelt CoOpera in de proceskosten van € 13.799,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als CoOpera niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.
EvdS