Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord en een schuldsaneringsregeling. Het dwangakkoord betrof een schuldregeling waarbij één schuldeiser, Stichting Vincio Wonen, niet instemde vanwege het betwiste karakter van de schuld. De rechtbank oordeelde dat het aangeboden akkoord, waarbij slechts een klein percentage van de schulden werd aangeboden, niet het hoogst haalbare was omdat er een aanzienlijk spaarsaldo niet werd betrokken in het aanbod.
De rechtbank overwoog dat het niet redelijk is dat schuldeisers genoegen nemen met een lager percentage terwijl er spaargelden beschikbaar zijn die niet worden ingezet voor schuldaflossing. Daarnaast werd vastgesteld dat het inkomen van verzoekers sinds het oorspronkelijke aanbod was gestegen, waardoor een hoger maandbedrag mogelijk zou zijn. Hierdoor schaadt het huidige aanbod de belangen van alle schuldeisers.
Het subsidiaire verzoek tot schuldsanering werd eveneens afgewezen. Hoewel verzoekers te goeder trouw waren en hun schulden ouder dan drie jaar zijn, is toelating op dit moment niet passend omdat het spaargeld nodig is voor het opruimen van de woning en een verhuizing, en een toelating tot schuldsanering zou leiden tot verplichte afdracht van dit spaargeld. Dit zou het risico op een gedwongen uithuiszetting vergroten. Bovendien is de leefsituatie van verzoekers nog niet stabiel genoeg om aan de verplichtingen van een schuldsanering te voldoen.
De rechtbank benadrukte ook dat het aflossen van kleine bedragen aan enkele schuldeisers zonder beslag in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De beslissing is dat zowel het verzoek tot dwangakkoord als het schuldsaneringsverzoek worden afgewezen.