ECLI:NL:RBLIM:2025:12743

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
ROE 25/3012
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake woningsluiting op basis van artikel 13b Opiumwet

Op 18 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster, een huurder uit Munstergeleen, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Sittard-Geleen om haar woning voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester had dit besluit genomen na het aantreffen van een aanzienlijke hoeveelheid drugs en contant geld in de woning tijdens een politieonderzoek. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, omdat er voldoende spoedeisend belang was bij het treffen van deze voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester de noodzaak en evenwichtigheid van de sluiting onvoldoende had onderbouwd. De sluiting zou grote gevolgen hebben voor verzoekster, die al psychische klachten had. De voorzieningenrechter schorste het besluit van de burgemeester en bepaalde dat deze het griffierecht en proceskosten aan verzoekster moest vergoeden. De uitspraak is gedaan in het openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/3012
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 december 2025 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] , uit Munstergeleen, verzoekster

(gemachtigde: mr. J.M. McKernan),
en

de burgemeester van de gemeente Sittard-Geleen, de burgemeester

(gemachtigde: mr. P.M. Hellenbrand).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek om hangende de bezwaarprocedure een voorlopige voorziening te treffen ten aanzien van het besluit van de burgemeester om de woning van verzoekster te sluiten voor de duur van zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de burgemeester.
1.2.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • schorst het besluit van de burgemeester van 1 december 2025 tot zes weken nadat de burgemeester de beslissing op bezwaar heeft bekendgemaakt;
  • bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan verzoekster moet vergoeden;
  • veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoekster.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
1.3.
Verzoekster is huurder en bewoner van de woning. Zij woont alleen in de woning. De burgemeester heeft op 23 oktober 2025 een bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat er naar aanleiding van een onderzoek naar meerdere brandstichtingen (in de periode juni 2024 tot begin 2025). De politie heeft de woning op 17 juni 2025 doorzicht. Tijdens de doorzoeking van de woning is het volgende aangetroffen:
  • 5,08 gram 4-MMC netto in de keuken;
  • 3,64 gram 4-MMC netto in de keuken;
  • 1,7 gram XTC bruto in de keuken;
  • 4 plastic kokertjes met een mix van MDMA en GHB in een pot op de keukenkast;
  • € 900,- aan contant geld in de keuken;
  • € 7.905,- aan contant geld in de kinderkamer;
  • € 21.500,- aan contant geld in de kluis in de kelder;
  • 13,6 gram efedrine;
  • 2,18 gram netto cafeïne;
  • Stungun/stroomstootwapen op de ijskast in het bijhok;
  • Luchtdrukwapen naast de ijskast in het bijhok;
  • Ballistisch mes/machete bij de keldertrap.
1.4.
De burgemeester heeft op 29 oktober 2025 het voornemen tot woningsluiting voor de duur van zes maanden toegezonden. Met het bestreden besluit van 1 december 2025 heeft de burgemeester de woning van verzoekster gesloten voor de duur van zes maanden
.Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen dat het besluit van de burgemeester wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist.
Spoedeisend belang
2. Gelet op het feit dat verzoekster de woning in het geval van sluiting daarvan zal moeten verlaten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende is gebleken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De zaak zal dan ook verder inhoudelijk worden beoordeeld. Dit betekent dat de voorzieningenrechter een belangenafweging maakt. De voorzieningenrechter maakt daarbij een inschatting of het bestreden besluit naar verwachting zal standhouden in bezwaar en betrekt verder de belangen van verzoekster.
Bevoegdheid
3. Niet in geschil is dat er in de woning van verzoekster een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen, zodat de burgemeester in beginsel bevoegd is de woning te sluiten.
Belangenafweging
4. Verzoekster heeft in het kader van de noodzaak tot woningsluiting erop gewezen dat er geen druggerelateerde meldingen zijn. Het geld dat is aangetroffen is afkomstig uit onder meer een erfenis en verzoekster zal dit nog verder onderbouwen. De sluiting van de woning zal tot gevolg hebben dat verzoekster een terugval krijgt. Ze lijdt aan psychische klachten. Verder heeft verzoekster aangevoerd dat haar geen verwijt kan worden gemaakt, althans geringer dan waar de burgemeester vanuit gaat.
5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De omstandigheden samen nemend, dan is het een lastige zaak. Aan de ene kant deelt de voorzieningenrechter de opvatting van de burgemeester dat niet niks is aangetroffen in de woning. Het gaat om een handelshoeveelheid en de grote som geld roept vragen op. Aan de andere kant heeft verzoekster een groot belang om in de woning te blijven wonen. Uit de rapportage begrijpt de voorzieningenrechter dat de verdenking vooral tegen de partner van verzoekster is gericht. De afweging makend en kijkend naar de noodzaak dan is weliswaar een handelshoeveelheid aan verdovende middelen, een groot geldbedrag en wapens aangetroffen in de woning maar van loop naar de woning is niet gebleken. Ook zijn zowel bij de gemeente, politie als bij de woningbouwvereniging geen (druggerelateerde) meldingen bekend ten aanzien van de woning. Bovendien was de aanleiding voor de doorzoeking van de woning ook niet druggerelateerd. Bij de noodzaak vindt de voorzieningenrechter het verder van belang dat er veel tijd zit tussen het aantreffen van de verdovende middelen en het besluit tot sluiting van de woning. Dat de bestuurlijke rapportage laat is opgemaakt, hoeft wellicht niet voor rekening van de burgemeester te komen maar het tijdsverloop weegt wel mee. Bovendien is in de tussentijd niet gebleken van nieuwe meldingen of recente ontwikkelingen met betrekking tot de woning. Voor de noodzaak valt voor beide kanten wat te zeggen. In dat geval kent de voorzieningenrechter doorslaggevende betekenis toe aan de belangen van verzoekster.
6. Verzoekster heeft invoelbaar naar voren gebracht dat een sluiting van de woning grote gevolgen heeft en dat deze gevolgen vooral gelet op haar psychische klachten heel vergaand zijn. De woningsluiting heeft vergaande dan wel onomkeerbare gevolgen. Verzoekster heeft een WIA-uitkering, Wmo-begeleiding en ze heeft haar situatie onderbouwd met, onder andere, een brief van de behandelaar. Dit kan zij verder onderbouwen in de bezwaarfase. Verzoekster heeft een verklaring gegeven over het aanzienlijk bedrag aan contant geld in de woning en zal dat in bezwaar verder moeten onderbouwen.
7. Hoe de te nemen beslissing in bezwaar uitvalt, zal ook kunnen afhangen van de feitelijke ontwikkeling rondom het pand. De burgemeester kan het pand in de gaten laten houden door de politie.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe als vermeld onder het kopje ‘Beslissing’. De toewijzing van het verzoek betekent dat de woning voorlopig niet dicht gaat. Het betekent niet dat de woning niet op een later moment kan worden gesloten.
8.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Daarom krijgt verzoekster ook een vergoeding van haar proceskosten volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht van € 1.814,-.
8.2.
Partijen zijn erop gewezen dat deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025 door mr. K.M.P. Jacobs, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.M.F. Roijen, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 19 december 2025.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.