1.4.De burgemeester heeft op 29 oktober 2025 het voornemen tot woningsluiting voor de duur van zes maanden toegezonden. Met het bestreden besluit van 1 december 2025 heeft de burgemeester de woning van verzoekster gesloten voor de duur van zes maanden
.Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen dat het besluit van de burgemeester wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist.
2. Gelet op het feit dat verzoekster de woning in het geval van sluiting daarvan zal moeten verlaten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende is gebleken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De zaak zal dan ook verder inhoudelijk worden beoordeeld. Dit betekent dat de voorzieningenrechter een belangenafweging maakt. De voorzieningenrechter maakt daarbij een inschatting of het bestreden besluit naar verwachting zal standhouden in bezwaar en betrekt verder de belangen van verzoekster.
3. Niet in geschil is dat er in de woning van verzoekster een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen, zodat de burgemeester in beginsel bevoegd is de woning te sluiten.
4. Verzoekster heeft in het kader van de noodzaak tot woningsluiting erop gewezen dat er geen druggerelateerde meldingen zijn. Het geld dat is aangetroffen is afkomstig uit onder meer een erfenis en verzoekster zal dit nog verder onderbouwen. De sluiting van de woning zal tot gevolg hebben dat verzoekster een terugval krijgt. Ze lijdt aan psychische klachten. Verder heeft verzoekster aangevoerd dat haar geen verwijt kan worden gemaakt, althans geringer dan waar de burgemeester vanuit gaat.
5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De omstandigheden samen nemend, dan is het een lastige zaak. Aan de ene kant deelt de voorzieningenrechter de opvatting van de burgemeester dat niet niks is aangetroffen in de woning. Het gaat om een handelshoeveelheid en de grote som geld roept vragen op. Aan de andere kant heeft verzoekster een groot belang om in de woning te blijven wonen. Uit de rapportage begrijpt de voorzieningenrechter dat de verdenking vooral tegen de partner van verzoekster is gericht. De afweging makend en kijkend naar de noodzaak dan is weliswaar een handelshoeveelheid aan verdovende middelen, een groot geldbedrag en wapens aangetroffen in de woning maar van loop naar de woning is niet gebleken. Ook zijn zowel bij de gemeente, politie als bij de woningbouwvereniging geen (druggerelateerde) meldingen bekend ten aanzien van de woning. Bovendien was de aanleiding voor de doorzoeking van de woning ook niet druggerelateerd. Bij de noodzaak vindt de voorzieningenrechter het verder van belang dat er veel tijd zit tussen het aantreffen van de verdovende middelen en het besluit tot sluiting van de woning. Dat de bestuurlijke rapportage laat is opgemaakt, hoeft wellicht niet voor rekening van de burgemeester te komen maar het tijdsverloop weegt wel mee. Bovendien is in de tussentijd niet gebleken van nieuwe meldingen of recente ontwikkelingen met betrekking tot de woning. Voor de noodzaak valt voor beide kanten wat te zeggen. In dat geval kent de voorzieningenrechter doorslaggevende betekenis toe aan de belangen van verzoekster.
6. Verzoekster heeft invoelbaar naar voren gebracht dat een sluiting van de woning grote gevolgen heeft en dat deze gevolgen vooral gelet op haar psychische klachten heel vergaand zijn. De woningsluiting heeft vergaande dan wel onomkeerbare gevolgen. Verzoekster heeft een WIA-uitkering, Wmo-begeleiding en ze heeft haar situatie onderbouwd met, onder andere, een brief van de behandelaar. Dit kan zij verder onderbouwen in de bezwaarfase. Verzoekster heeft een verklaring gegeven over het aanzienlijk bedrag aan contant geld in de woning en zal dat in bezwaar verder moeten onderbouwen.
7. Hoe de te nemen beslissing in bezwaar uitvalt, zal ook kunnen afhangen van de feitelijke ontwikkeling rondom het pand. De burgemeester kan het pand in de gaten laten houden door de politie.