Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
onverplichtheeft verricht en waarvan deze bij dit verrichten wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn.
een opeisbare schuldniet vernietigd kan worden, hetzij dat hij die de betaling ontving, wist dat het faillissement van de schuldenaar reeds aangevraagd was, hetzij dat de betaling het gevolg was van overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser, dat ten doel had laatstgenoemde door die betaling boven andere schuldeisers te begunstigen.
de voldoening door de schuldenaaraan een opeisbare schuld ook begrepen moet worden de situatie waarin de schuld aan schuldeiser door executie (deels) wordt voldaan. Dat is immers een vorm van voldoening waar de schuldenaar buiten staat.
vraagt en aanneemt, en zich op die wijze aan den concursus onttrekt. Dezelfde overweging heeft er toe geleid ook de tweede uitzondering voor te stellen.
beslag te leggen of te executeren. De bedoeling is veeleer uitsluitend die betalingen te treffen, welke hetzij op een afspraak berusten om, wanneer het tot een faillissement mocht komen, den schuldeischer buiten den concursus te houden, hetzij -
en dat dikwijls op initiatief van den schuldenaar- gedaan worden in den vooravond van het faillissement,
omdatdit zal worden aangevraagd en terwijl de schuldeischer volkomen bekend is met den toestand waarin zijn schuldenaar verkeert. Dat van bedoelde omstandigheden behoort te blijken, daaraan moet,
daar het hier eene uitzondering op den regel geldt, streng worden vastgehouden.
De bepaling mag geen aanleiding geven om als nietig te beschouwen datgene wat de schuldeischer krachtens uitoefening van zijn vorderingsrecht heeft verkregen. Vandaar dat op den curator het bewijs rust van de aanwezigheid der omstandigheden.
Is bijgevolg een ieder, ook hij die schulden heeft, volkomen bevoegd naar goeddunken over zijn vermogen te beschikken en moet derhalve de toestand waarin de schuldenaar zijn vermogen, krachtens dat beschikkingsrecht, heeft gebracht, door zijne schuldeischers bij executie op de meest volstrekte wijze geëerbiedigd worden,aan den anderen kant rust evenzeer
op elken schuldenaarde plicht het onderpand zijner schuldeischers niet willens en wetens te hunnen nadeele te verminderen of weg te maken. Dit doende mag hij gezegd worden te kwader trouw te handelen.
om tegen handelingen van hun schuldenaar, met dien plicht in strijd, op te komen; rechtsmiddelen ten doel hebbende het voor hen nadeelige effect dier handelingen weer op te heffen. Als zoodanig vindt men in hel Romeinsche recht het fraudatorium inter dictum en de actio Pauliana , welke laatste naam nog steeds gebruikt wordt ter aanduiding van de analoge rechtsmiddelen van het hedendaagsche recht. Kunnen de schuldeischers in het algemeen eene aanspraak slechts doen gelden op het voorhanden vermogen van hunnen schuldenaar, de Pauliana stelt hen in staat zich onder bepaalde omstandigheden nog bovendien te verhalen op zaken, die reeds uit dat vermogen gegaan zijn,
door aan de handeling huns schuldenaars,
waardoor die vervreemding bewerkstelligd werd, te hunnen bate hare rechtskracht te ontnemen. Vandaar dat de Pauliana steeds gericht is tegen den derde, die de vermogensbestanddeelen van den schuldenaar
heeft ontvangen, maar dan ook alleen tegen den schuldigen derde, die tijdens zijne verwerving bekend was met het gebrek, dat der vervreemding aankleefde, bekend was met het feit dat de schuldenaar
door zijne handelingzijne schuldeisers moedwillig benadeelde.
die de schuldenaar onverplicht verricht. Den schuldenaar kan er geen grief van gemaakt worden, wanneer hij datgene doet, waartoe voor hem een
rechtsplichtbestaat; men kan niet beweren dat hij opzettelijk het onderpand zijner schuld eischers wegmaakt, indien hij het gebruikt juist om zijne schulden te kwijten
. Evenmin is er een redelijke rechtsgrond aan te wijzen, om hem, die datgene ontving, waarop hij krachtens zijn vorderingsrecht aanspraak had , tot teruggaaf daarvan te noodzaken. Het is eene logische tegenstrijdigheid en tevens eene gevaarlijke inconsequentie, indien de wet eenerzijds aan den schuldenaar den plicht oplegt om te voldoen, en den schuldeischer het recht geeft om zijn schuld in te vorderen, en tegelijkertijd anderzijds den medeschuldeischers de bevoegdheid verleent om de handeling, die dus strekte tot kwijting van een wettelijken rechtsplicht en voldoening aan een wettelijk vorderingsrecht, weer ongedaan te maken.
Eerst de concursus creditorum, met andere woorden het faillissement, met het daaraan voor den schuldenaar verbonden verlies van beheer en beschikking over zijn vermogen, roept het verbod van individueele voldoening in het leven. Alleen in het systeem van den Code de Commerce liet zich de vernietigbaarheid van door den schuldenaar vóór de faillietverklaring verplicht verrichte handelingen rechtvaardigen. Maar in dat systeem deed ook reeds de “faillite de fait", welke met het bloote feit van het ophouden met betalen aan ving, en tot welker constateering geen rechterlijk vonnis noodig was, den schuldenaar van rechtswege het beheer en de beschikking over zijn vermogen verliezen. De faillietverklaring diende daarnevens slechts om het faillissementsproces, de gemeenschappelijke executie in te leiden. Met dit stelsel heeft de Nederlandsche wetgever reeds in 1838 uitdrukkelijk gebroken, om in plaats daarvan als beginsels te stellen: geen verlies van beheer en beschikking, geen faillissement in één woord, dan krachtens een vonnis van failliet verklaring, en geen andere termini a quo dan de in artikel 769 aangewezen Pro steeds vaststaande tijdstippen.
Waar dergelijke beginsels, ook in het Ontwerp gehandhaafd, zijn aangenomen, waar uitdrukkelijk is bepaald, dat de schuldenaar in de volheid zijner rechten en verplichtingen blijft, tot een vonnis van faillietverklaring daarin verandering brengt, kan ook het faillissement in beginsel op de geldigheid der eerder verrichte handelingen geen invloed hoegenaamd uitoefenen. Op deze gronden is in artikel 42 van Pro het Ontwerp, dat den algemeenen regel bevat, uitdrukkelijk bepaald dat alleen handelingen door den schuldenaar onverplicht verricht, tegenover den boedel als nietig beschouwd kunnen worden.
Reeds hier dient echter uitdrukkelijk geconstateerd te worden, dat het geenszins de bedoeling is daarmede te huldigen de theorie van den Konkursanspruch , die in de Motiven tot de Konkursord. f. d. Deutsche Reich wordt voorgesteld als de juridieke basis voor de nietigheid van door den schuldenaar gedane betalingen en in navolging der Motiven ook hier te lande door enkele schrijvers is verdedigd.De zg. Konkursanspruch, een op het onvermogen van den schuldenaar gegrond objectief recht van de schuldeischers jegens een ieder (zoowel den schuldenaar als jegens elkander) op door faillissement te verwezenlijken uitsluitende en gemeenschappelijke bevrediging uit den boedel huns schuldenaars,
staat lijnrecht tegenover het stelsel van het Ontwerp dat aan het onvermogen als zoodanig geen enkel rechtsgevolg verbindt, en is buitendien ook wetenschappelijk niet verdedigbaar. Niet het onvermogen des schuldenaars heeft wederzijdsche beperking van het recht van elken schuldeischer op directe en algeheele voldoening ten gevolge, maar uitsluitend het samenloopen van meerdere executiën op één vermogen en de executie ten behoeve van allen (het faillissementsproces).
De vernietiging van verplichte handelingen is in strijd met de behoeften van het verkeer: immers, zij is gericht legen het sibi vigilare; zij belet den schuldeischer zijne rechten te doen gelden juist op het oogenblik dat hij ze het meest noodig heeft; nl. als hij een déconfiture van zijn schuldenaar vreest.Zij dwingt de schuldeischers, zoodra zij moeilijkheden bij het betalen ondervinden, een faillissement te provoceeren , uit vrees hetgeen zij door individueele executies zullen verkrijgen bij een later faillissement weer aan den curator te moeten afgeven.
De zekerheid van het verkeer berust voor een groot deel op de snelheid en zekerheid der individueele executiemiddelen, en wordt bedreigd waar juist deze gekortwiekt worden.Crediet kan men niet verleenen, indien men er niet op kan vertrouwen dat, wanneer de schuldenaar betaalt, die betaling ook voor altijd on aan tastbaar blijft, al moge hij later, misschien zelfs kort daarna, in staat van faillissement geraken.
de schuldenaar zelfcentraal. In meerdere passages wordt immers benadrukt hoe fundamenteel het beginsel is dat de schuldenaar zelf beschikt over zijn vermogen en zelf keuzes mag maken over hoe hij dat doet en dat aan dit beschikkingsrecht pas een eind komt op het moment dat het faillissement is uitgesproken
en niet eerder. Er worden vergelijkingen getrokken met andere rechtsstelsels (het Franse en Duitse) waar dat anders is, waarbij expliciet wordt opgemerkt dat er niet voor is gekozen die te volgen.
handelt. In bepaalde gevallen wordt vervolgens besloten dat die
handelingen van de schuldenaarvernietigd kunnen worden. Pas daarna komt aan de orde of de derde, die van die handeling heeft geprofiteerd (zijn vordering is immers voldaan), beschermd moet worden, en pas bij die beoordeling komt de vraag om de hoek kijken of die derde te goeder trouw was toen hij de betaling in ontvangst nam.
(…) al die gevallen onaangetast (laat), waarin eene schuld op regelmatige wijze wordt geïnd, waarin de betaling verkregen wordt door daarop aan te dringen, vonnis te vragen,
beslag te leggen of te executeren.
juist die eneschuldeiser te bevoordelen. Een schuldeiser die een dergelijke betaling aanneemt, kan – indien hij wetenschap heeft van het aangevraagde faillissement – geconfronteerd worden met een buitengerechtelijke vernietiging van de betaling door de schuldenaar.
nietde mogelijkheid hun vordering (onafhankelijk van de medewerking van de schuldenaar) te verhalen op het vermogen van de schuldenaar en zijn dus afhankelijk van diens bereidheid om hun vordering vrijwillig te voldoen. Gelet op de tekst van toelichting bij artikel 47 Fw Pro heeft de wetgever bij het formuleren van de twee uitzonderingen op de onaantastbaarheid van de voldoening van opeisbare vorderingen, steeds een dergelijke situatie (van vrijwillige betaling door de schuldenaar) voor ogen gehad.
gelden juist op het oogenblik dat hij ze het meest noodig heeft; nl. als hij een déconfiture van zijn schuldenaar vreest. Zij dwingt de schuldeischers, zoodra zij moeilijkheden bij het betalen ondervinden, een faillissement te provoceeren, uit vrees hetgeen zij door individueele executies zullen verkrijgen bij een later faillissement weer aan den curator te moeten afgeven. De zekerheid van het verkeer berust voor een groot deel op de snelheid en zekerheid der individueele executiemiddelen, en wordt bedreigd waar juist deze gekortwiekt worden. Crediet kan men niet verleenen, indien men er niet op kan vertrouwen dat, wanneer de schuldenaar betaalt, die betaling ook voor altijd onaantastbaar blijft, al moge hij later, misschien zelfs kort daarna, in staat van faillissement geraken.
door voldoening doorde schuldenaar. Die twee zaken betroffen een betaling door de schuldenaar via een verrekening in de rekening-courantverhouding met de bank respectievelijk een betaling van de schuld door een derde aan de crediteur van de schuldenaar (waardoor de schuldenaar jegens zijn crediteur was gekweten en de betaling in mindering werd gebracht op hetgeen de derde aan de schuldenaar was verschuldigd). Uit de zorgvuldige motivering in deze twee arresten volgt dat de Hoge Raad hier uitzonderingen heeft aanvaard. Indien de Hoge Raad van oordeel zou zijn dat voor de toepassing van artikel 47 onder Pro “voldoening door de schuldenaar” alle vormen van voldoening moeten worden begrepen, zoals de curator betoogt, dan had de Raad dat met een enkele volzin kunnen verwoorden. Nu dat niet het geval is, kan naar het oordeel van de kantonrechter uit deze uitspraken niet worden afgeleid dat het vereiste dat de voldoening in beginsel door de schuldeiser zelf moet worden verricht, niet meer zou gelden voor artikel 47 Fw Pro. [4]
- na het verkrijgen van het verstekvonnis meteen het faillissement van MosquitoNo heeft aangevraagd, terwijl was aangekondigd dat MosquitoNo in verzet zou gaan,
- [gedaagde] op de mondelinge behandeling van het faillissementsverzoek om aanhouding heeft verzocht om een regeling te onderzoeken,
- vervolgens meteen derdenbeslag heeft gelegd op de bankrekening van MosquitoNo.