ECLI:NL:RBLIM:2025:11958

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
ROE 25/2684
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking van bijstandsuitkering op basis van niet ingediende gegevens over online gokactiviteiten

Op 4 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over de intrekking van de bijstandsuitkering van verzoeker, die sinds 5 oktober 2004 een uitkering ontving op basis van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen had op 16 oktober 2025 besloten om de bijstandsuitkering van verzoeker in te trekken, omdat hij niet de gevraagde gegevens over zijn online gokactiviteiten had ingediend. Verzoeker had weliswaar een groot belang bij het verkrijgen van een voorschot, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar tegen de intrekking van de bijstand geen redelijke kans van slagen had. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoeker tegen de noodzaak om de bijstandsverlening te kunnen verantwoorden. Verzoeker had niet voldaan aan de medewerkingsplicht door geen gegevens van zijn online gokaccounts te verstrekken, ondanks herhaalde verzoeken van het college. De voorzieningenrechter concludeert dat het college bevoegd was om de bijstand in te trekken en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en medewerking van de bijstandsontvanger in het kader van het vaststellen van recht op bijstand.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/2684
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 december 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] , uit Heerlen, verzoeker

(gemachtigde: mr. S.V.A.Y. Dassen-Vranken),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, het college
(gemachtigden: mr. M. Coolen en mr. S. Quaedvlieg).

Samenvatting

Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de intrekking van de bijstandsuitkering van verzoeker die hij ontving op grond van de Participatiewet (PW). Hoewel verzoeker een groot belang heeft bij een voorschot, gaat de voorzieningenrechter hiertoe niet over. De voorzieningenrechter beoordeelt namelijk of het bezwaar tegen het besluit tot intrekking van de bijstand een redelijke kans van slagen heeft. Bij deze stand van zaken is dat niet het geval. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Procesverloop

1. Met het besluit van 16 september 2025 heeft het college het recht op bijstand vanaf 12 september 2025 opgeschort. [1]
1.1.
Met het besluit van 16 oktober 2025 heeft het college, voor zover in deze zaak van belang, het recht op bijstand vanaf 12 september 2025 ingetrokken. [2]
1.2.
Verzoeker heeft tegen het besluit van 16 oktober 2025 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
Het college heeft een verweerschrift ingediend. Verzoeker heeft een nadere reactie en aanvullende stukken ingediend.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen.

De feiten en de besluitvorming

2. Verzoeker ontvangt sinds 5 oktober 2004 een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande.
2.1.
Naar aanleiding van een ken-je-klant gesprek heeft het college onderzoek verricht naar de online gokactiviteiten van verzoeker over de periode van 1 oktober 2024 tot en met 31 december 2024. Aangezien verzoeker zich op 24 januari 2025 heeft laten inschrijven in het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (het CRUKS-register) voor binnenlandse gokactiviteiten, kon er geen inzage meer worden verkregen in zijn online gokaccounts. Het recht op uitkering is vervolgens op basis van de bijschrijvingen op de bankrekening van verzoeker herzien in die zin dat de inkomsten in mindering zijn gebracht op de uitkering. Deze terugvordering is afgehandeld.
2.2.
In het kader van een vervolgcontrole is het college opnieuw een onderzoek gestart naar de online gokactiviteiten van verzoeker. Met een brief van 4 september 2025 heeft het college gevraagd om vóór 12 september 2025 enkele noodzakelijke gegevens aan te leveren. Het college heeft gevraagd om:
- de bankafschriften over de periode van 1 augustus 2025 tot 1 september 2025 van alle op naam van verzoeker geregistreerde betaal- en spaarrekeningen in binnen- en buitenland, waartoe ook behoren creditcards, PayPal en gokaccounts en beheer- en leefgeldrekeningen.
o Indien er op de bankafschriften stortingen/bijschrijvingen of overboekingen van derden te zien zouden zijn, diende verzoeker bewijsstukken te overleggen van wie en waarvoor verzoeker dit heeft ontvangen.
- Als er op de bankafschriften gokactiviteiten zichtbaar zouden zijn, diende verzoeker van alle gokaccounts/kansspelen de volgende bewijsstukken in te leveren:
o een uitdraai met alle accountgegevens (bedrijf, site, gebruikersnaam enzovoort maar geen wachtwoord);
o een uitdraai met daarop de aan het account gekoppelde bankrekeningen;
o een uitdraai van diezelfde accounts met een op recente datum gesteld account saldo;
o een uitdraai over de periode van 1 januari 2025 tot heden van alle inleg die verzoeker deed op het onlineaccount;
o een uitdraai over de periode van 1 januari 2025 tot heden van alle uitbetalingen die verzoeker deed van het account;
o een uitdraai over de periode van 1 januari 2025 tot heden van de volledige spelhistorie (inleg en resultaat van de inleg) op het account.
2.3.
Verzoeker heeft niet gereageerd op dit verzoek. Met het besluit van 16 september 2025 heeft het college het recht op bijstand vanaf 12 september 2025 opgeschort, omdat verzoeker niet de gevraagde gegevens heeft aangeleverd. Verzoeker heeft vervolgens nogmaals de kans gekregen om de gevraagde gegevens aan te leveren en wel vóór 23 september 2025. Nadat verzoeker op 19 september 2025 telefonisch contact heeft opgenomen met het college en heeft medegedeeld dat hij zijn gokactiviteiten online op buitenlandse gokaccounts heeft voortgezet, heeft het college verzoeker er op gewezen dat hij voor hulp bij het aanleveren van de gevraagde gegevens naar Buurtteams Heerlen kan gaan. Verder heeft het college de onderzoeksperiode uitgebreid.
2.4.
Het college heeft aan verzoeker daarna met een brief van 29 september 2025 de gelegenheid gegeven om de gevraagde gegevens vóór 6 oktober 2025 alsnog aan te leveren. Met een brief van 6 oktober 2025 heeft het college vastgesteld dat verzoeker niet de gevraagde gegevens heeft aangeleverd en heeft het college verzoeker nog een kans gegeven om dit vóór 13 oktober 2025 te doen.
2.5.
Op 7 oktober 2025 heeft verzoeker een verklaring ingeleverd dat hij elke vrijdag naar een afkickcentrum gaat en dat het buurthuis hem met niets heeft geholpen. Ook heeft hij de inloggegevens van diverse gokwebsites en bankafschriften over de van periode 1 augustus 2025 tot 1 september 2025 overgelegd. Op 16 oktober 2025 heeft het college aan verzoeker telefonisch medegedeeld dat hij niet de volledige gevraagde gegevens heeft ingeleverd en is aangezegd dat een besluit zal worden genomen.
2.6.
Met het besluit van 16 oktober 2025 heeft het college het recht op bijstand vanaf 12 september 2025 ingetrokken [3] en ook over de periode van 1 januari 2025 tot en met 11 september 2025 ingetrokken. [4] Aan de intrekking van de bijstand vanaf 12 september 2025 heeft het college ten grondslag gelegd dat verzoeker niet aan de medewerkingsplicht heeft voldaan. Het college heeft namelijk niet de gevraagde gegevens ontvangen. Daardoor kan het college niet vaststellen of verzoeker nog recht heeft op bijstand.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist. [5] Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3.1.
De voorzieningenrechter moet niet alleen beoordelen of er sprake is van een acute noodsituatie, maar alle betrokken belangen afwegen. Daarbij zal de voorzieningenrechter beoordelen of er een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat de intrekking van de bijstand per 12 september 2025 naar verwachting in stand zal blijven.
3.2.
Verzoeker heeft aangevoerd dat hij in een financiële noodsituatie verkeert. Hij heeft geen geld om de huur en de ziektekostenverzekering te betalen. Om het recht op bijstand vast te kunnen stellen zijn de bankafschriften voldoende. Verzoeker heeft binnen de gestelde termijn de bankafschriften over de periode van 1 augustus 2025 tot 1 september 2025 overgelegd. Het is voor verzoeker niet mogelijk geweest om de gegevens van de gokaccounts te verstrekken. Dat kan hem niet worden verweten. Hij heeft niet goed begrepen wat van hem werd verwacht. Hij is een kwetsbaar persoon en zijn doenvermogen is beperkt. Het is duidelijk dat hij verslaafd is en hulp nodig heeft. De besluitvorming van het college werkt averechts en zal verzoeker alleen maar verder in de problemen brengen.
3.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat verzoeker niet alle gevraagde gegevens heeft verstrekt. Verzoeker heeft namelijk geen gegevens van de online gokaccounts overgelegd. Partijen zijn verdeeld over de vraag of verzoeker hiervan een verwijt kan worden gemaakt. Daarbij is van belang of het duidelijk was voor verzoeker welke gegevens hij moest verstrekken, of de gevraagde gegevens van belang zijn om het recht op bijstand vast te stellen en of verzoeker redelijkerwijs over deze gegevens kan beschikken.
3.4.
Het moet voor verzoeker duidelijk zijn geweest wat van hem werd verwacht. Het college heeft in meerdere brieven opgesomd welke informatie verzoeker moest verstrekken. In het telefonisch contact van 19 september 2025 heeft het college dit uitgelegd aan verzoeker. Verzoeker is erop gewezen dat hij naar Buurtteams Heerlen kan gaan voor hulp bij het aanleveren van de gevraagde informatie. De stelling dat Buurtteams Heerlen hem niet hebben geholpen is niet geconcretiseerd. Het is onduidelijk gebleven of en zo ja welke inspanningen verzoeker heeft gedaan om de gevraagde gegevens te verkrijgen. Dit had wel op de weg van verzoeker gelegen.
3.5.
Want anders dan verzoeker naar voren heeft gebracht, is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze gegevens wel van belang zijn om het recht op bijstand vast te stellen. De bijschrijvingen op de bankafschriften geven geen compleet beeld van de met gokken gewonnen bedragen. Gewonnen bedragen hoeven niet te worden uitbetaald, maar kunnen ook online op een gokaccount of in een wallet als tegoed blijven staan. [6] De stelling van verzoeker dat hij al zijn gokaccounts direct heeft gekoppeld aan zijn bankrekening en dat de bankafschriften dus een compleet beeld geven van zijn gokactiviteiten volgt de voorzieningenrechter alleen al niet, omdat verzoeker deze stelling niet heeft onderbouwd. Dit had hij wel kunnen doen door bijvoorbeeld informatie van de buitenlandse goksites te verstrekken.
3.6.
De voorzieningenrechter ziet niet in waarom verzoeker niet over deze gegevens zou kunnen beschikken. Hij heeft deze gokaccounts aangemaakt en hij moet dan ook in staat worden geacht om (op z’n minst énige) informatie hierover te verstrekken. Ook als het lastig zou zijn om informatie uit te printen vanaf de goksites, zou hij bijvoorbeeld foto’s kunnen maken met zijn mobiele telefoon of beeldschermafdrukken. Hij had hiermee in elk geval een begin van bewijs kunnen leveren. Hij heeft nu alleen de inloggegevens van de buitenlandse goksites verstrekt. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter geprobeerd om deze goksites te benaderen met de inloggegevens van verzoeker. Maar dit is niet gelukt. Het is dan ook niet duidelijk welk onderzoek het college had kunnen doen aan de hand van de verstrekte gegevens.
3.7.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college bevoegd was om de bijstand in te trekken en – bij deze stand van zaken – gebruik mocht maken van de bevoegdheid om het recht op bijstand in te trekken.
3.8.
Dat verzoeker een groot belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening heeft de gemachtigde van verzoeker ter zitting indringend toegelicht. Verder heeft verzoeker stukken overgelegd van de opgelopen huurachterstand. Dat verzoeker in de problemen dreigt te komen door de besluitvorming, die weer zijn grondslag vindt in de online gokactiviteiten van verzoeker, is op zich aannemelijk. Maar verzoeker heeft het zelf in de hand om hieraan iets te doen. Het verzoek van 26 november 2025 tot onderbewindstelling is een eerste stap. Daarnaast heeft (de bewindvoerder van) verzoeker een nieuwe aanvraag om bijstand ingediend, nadat verzoeker zich op 6 november 2025 per e-mail had gemeld. Ter zitting is uitgebreid met partijen besproken welke mogelijkheden die nieuwe aanvraag biedt om toch een voorschot te verlenen. Het college heeft hiervoor nodig dat duidelijk wordt of verzoeker tegoeden heeft op de online gokaccounts. Dat inzicht is er nu niet en ter zitting is ook niet duidelijk geworden of die informatie verstrekt gaat worden door verzoeker. Zodra verzoeker gegevens verstrekt – of wellicht tijdens een intakegesprek inzage verleent in zijn online gokaccounts – en het college het actuele recht op bijstand kan vaststellen, kan het college ook snel overgaan tot voorschotverlening. Maar bij deze stand van zaken ziet de voorzieningenrechter geen ruimte om een voorlopige voorziening te treffen.

Conclusie en gevolgen

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoeker geen gelijk krijgt. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025 door mr. K.M.P. Jacobs, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.M.A.W. Kusters-van Mulken, griffier.
De griffier is niet in de gelegenheid mede te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 4 december 2025.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 54, eerste lid, van de PW.
2.Op grond van artikel 54, vierde lid, van de PW.
3.Op grond van artikel 54, vierde lid, van de PW.
4.Op grond van artikel 54, derde lid, van de PW.
5.Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
6.Dit volgt uit rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:761.