ECLI:NL:RBLIM:2025:11956

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
ROE 25/2627
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake sluiting huurkamer op basis van artikel 13b Opiumwet

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg op 4 december 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Het betreft een besluit van de burgemeester van Sittard-Geleen om de kamer van verzoeker, die in een huurwoning woont, te sluiten op basis van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester heeft op 28 oktober 2025 besloten de kamer te sluiten voor de duur van zes maanden, nadat er verdovende middelen en handelsattributen in de kamer van verzoeker zijn aangetroffen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening, in afwachting van de beslissing op zijn bezwaar. De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of er sprake is van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester bevoegd was om de kamer te sluiten, gezien de aangetroffen hoeveelheden verdovende middelen die de grenzen voor zowel hard- als softdrugs overschrijden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de sluiting van de kamer een geschikt en noodzakelijk middel is om de overtreding van de Opiumwet te beëindigen en de openbare orde te herstellen. De gevolgen van de sluiting voor verzoeker zijn niet onevenwichtig, aangezien de burgemeester meer gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van de openbare orde dan aan de persoonlijke omstandigheden van verzoeker. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, waardoor de burgemeester de kamer van verzoeker kan sluiten in afwachting van de beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/2627

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 december 2025 in de zaak tussen

[naam] , uit Geleen, verzoeker

(gemachtigde: mr. A. Carli),
en

de burgemeester van de gemeente Sittard-Geleen, de burgemeester

(gemachtigden: L. Balk en mr. M.M.J.P. Boesten).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de kamer van verzoeker in een huurwoning te sluiten. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, in afwachting van de beslissing van de burgemeester op zijn bezwaar. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 28 oktober 2025 heeft de burgemeester bepaald dat de kamer van verzoeker in een huurwoning met ingang van 5 november 2025 om 9:00 uur moet worden gesloten voor de duur van zes maanden.
2.1.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2.
De burgemeester heeft per e-mailbericht van 3 november 2025 laten weten dat met sluiting van de kamer wordt gewacht totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
2.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit heeft.
3.1.
Dit oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet. Als verzoeker het niet eens is met de beslissing op het bezwaar (die door de burgemeester nu nog moet worden genomen), kan verzoeker daartegen op dat moment beroep instellen bij de rechtbank. De rechtbank mag in die (bodem)procedure dus anders oordelen over de zaak dan de voorzieningenrechter nu.
Waarover gaat deze zaak?
3.2.
Verzoeker huurt zijn kamer van de heer [naam] . De kamer is gelegen op de tweede verdieping van een complex waar meerdere kamers worden verhuurd. De kamers zijn toegankelijk via een gezamenlijke voordeur. Verzoeker woont er alleen, maar zijn minderjarige zoon verblijft er vrijwel dagelijks. De burgemeester heeft op 26 september 2025 een op ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat, naar aanleiding van negen Meld Misdaad Anoniem (MMA) meldingen en waarnemingen van de politie bij het complex gedurende twee dagen, de politie op 27 augustus 2025 de kamer is binnengetreden en heeft doorzocht. Vervolgens werd het volgende aangetroffen:
  • 3,48 gram netto amfetamine;
  • 2 envelopjes met 0,87 gram bruto cocaïne/crack;
  • 3 sealbags met 1,73 gram bruto cocaïne/crack;
  • 2 sealbags met 5,28 gram bruto hashish;
  • een vuurwapen;
  • 2 zilverkleurige knalpatronen;
  • een patroonhouder voor een vuurwapen;
  • cash geld; briefjes en munten ter waarde van € 274,75;
  • 3 weegschalen;
  • veel gripzakjes.
In de bestuurlijke rapportage staat verder dat verzoeker (weliswaar van langer dan vijf jaar geleden) vijf antecedenten heeft die betrekking hebben op verdovende middelen namelijk:
  • import/export van harddrugs (2000);
  • prepareren/verkopen/telen van softdrugs (2005);
  • bezit van harddrugs (2014);
  • bezit van harddrugs (2016);
  • vervaardigen van softdrugs (2018).
3.3.
De burgemeester heeft op 6 oktober 2025 het voornemen tot sluiting van de kamer voor de duur van zes maanden toegezonden en verzoeker in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verzoeker heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Gronden van verzoeker
3.4.
Verzoeker heeft aangevoerd dat de in zijn kamer aangetroffen verdovende middelen en het wapen met munitie niet van hem zijn en hij ze daar ook niet heeft gelegd. Hij kan niet uitsluiten dat ze aan zijn zoon toebehoren en ontkent dat hij in verdovende middelen heeft gehandeld. Verder is er sprake van een geringe hoeveelheid verdovende middelen voor eigen gebruik, zodat de burgemeester niet bevoegd is om de kamer te sluiten voor de duur van zes maanden. De burgemeester kan in redelijkheid niet gebruik maken van zijn bevoegdheid. Verzoeker vraagt zich voorts af wat het effect zal zijn van de sluiting van zijn kamer door daarop de bekendmaking te bevestigen, aangezien de voordeur op de begane grond open zal blijven voor de andere bewoners. Volgens verzoeker is daarnaast niet gebleken dat deze andere bewoners hebben geklaagd over overlast vanwege drugshandel. De gevolgen van de sluiting van de kamer wegen tot slot zwaarder dan het belang van de openbare orde. Verzoekers huurovereenkomst zal worden ontbonden en hij heeft geen vervangende woonruimte. Gelet op de bestaande woningnood en de komende feestdagen heeft verzoeker meer tijd nodig om vervangende woonruimte te vinden dan de week die hem nu is gegund. De gemachtigde van verzoeker heeft vlak voor de zitting een verklaring van de huisarts van verzoeker van 27 november 2025 overgelegd. Op zitting heeft de gemachtigde van verzoeker verklaard dat de gezondheidstoestand van verzoeker erg slecht is en dat zij vreest dat die toestand snel verder zal verslechteren.
Is er sprake van een spoedeisend belang?
3.5.
De door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor verzoeker niet kan wachten op een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter dient dus eerst te beoordelen sprake of is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
3.6.
Gelet op het feit dat verzoeker de kamer in het geval van sluiting daarvan zal moeten verlaten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende is gebleken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De burgemeester heeft dit ook niet betwist. De zaak zal dan ook verder inhoudelijk worden beoordeeld.
Toetsingskader
3.7.
De voorzieningenrechter stelt vast dat met het bestreden besluit een herstelsanctie is opgelegd in de vorm van een sluiting van de woning voor zes maanden. De bevoegdheid voor het nemen van het sluitingsbesluit is gelegen in artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet. Op grond van deze bepaling kan de burgemeester een woning sluiten als in een woning hard- en/of softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel met dat doel aanwezig is. De burgemeester beschikt over beleidsruimte om de woning al dan niet gesloten te verklaren.
3.8.
De burgemeester heeft op 13 december 2023 het Damoclesbeleid Sittard-Geleen (de Beleidsregels) vastgesteld. In deze Beleidsregels staat dat een woning zonder waarschuwing wordt gesloten voor de duur van zes maanden bij een eerste constatering van een overtreding waarbij sprake is van het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn van harddrugs.
3.9.
Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). [1] Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
De bevoegdheid van de burgemeester om tot sluiting over te gaan
3.10.
De burgemeester is in beginsel bevoegd om de woning te sluiten als er een handelshoeveelheid drugs in een woning wordt aangetroffen. Bij softdrugs is er sprake van een handelshoeveelheid, als er meer dan 5 gram wordt aangetroffen, voor harddrugs ligt de grens voor een handelshoeveelheid bij 0,5 gram.
3.11.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de onder rechtsoverweging 3.2 opgesomde hoeveelheid verdovende middelen die in de kamer van verzoeker zijn aangetroffen de hiervoor weergegeven maximale toegestane gebruikershoeveelheid van 0,5 gram harddrugs en 5 gram softdrugs overschrijdt, nu (ongeveer) 6,08 gram harddrugs en 5,28 gram softdrugs is aangetroffen. Gelet op deze aangetroffen hoeveelheid kan worden aangenomen dat de aangetroffen drugs in, dan wel vanuit de kamer werd verhandeld, afgeleverd en/of verstrekt. Daarbij blijkt uit de bestuurlijke rapportage dat er ook 3 weegschalen en veel gripzakjes in de kamer zijn aangetroffen en dat de observerende agenten meerdere keren hebben waargenomen dat vanuit de kamer van verzoeker handel in verdovende middelen plaatsvond. De voorzieningenrechter acht de burgemeester in beginsel bevoegd de woning te sluiten.
Geschiktheid en noodzakelijkheid
3.12.
Als de burgemeester bevoegd is om een pand te sluiten, is de volgende vraag of de sluiting gelet op het tijdsverloop geschikt is en zo ja, of er een noodzaak bestaat om een pand te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie en strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Herstel van de openbare orde is dus niet op zichzelf het doel van deze toepassing. Dit neemt niet weg dat een overtreding van de Opiumwet, ook wanneer deze plaatsvindt in of vanuit een woning, gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en in meer of mindere mate gepaard gaat met verstoring van de openbare orde. Het ligt voor de hand dat de burgemeester die effecten op de omgeving betrekt in zijn beoordeling of het noodzakelijk is om over te gaan tot sluiting van een woning. Deze beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. [2]
3.13.
De voorzieningenrechter stelt vast dat bij de beoordeling van de geschiktheid van de sluiting van de kamer rekening is gehouden met het tijdsverloop tussen het constateren van de overtreding en het nemen van het besluit. In het hier voorliggende geval is het tijdsverloop tussen het aantreffen van de handelshoeveelheid verdovende middelen en de aangetroffen druggerelateerde attributen op 27 augustus 2025 en het besluit van 28 oktober 2025 zodanig kort dat sluiting van de kamer nog steeds als een geschikt middel kan worden beschouwd om de kamer aan het criminele circuit te onttrekken. Niet gebleken is dat de onrechtmatige situatie volledig is hersteld of dat de sluiting niet langer bijdraagt aan het herstel van de openbare orde en veiligheid. Nu gebleken is dat de politie na de negen in de bestuurlijke rapportage genoemde MMA-meldingen nog twee nieuwe meldingen op 25 september 2025 en 6 oktober 2025 heeft ontvangen over drugshandel vanuit de kamer van verzoeker, kan geconstateerd worden dat de overtreding nog steeds voortduurt. De burgemeester heeft ook relevant mogen achten dat verzoeker in het verleden vijf keer eerder in verband is gebracht met handel in soft- en harddrugs. Met het aanbrengen van de bekendmaking van de sluiting op het raam en op de toegangsdeur van de kamer in het complex is de tijdelijke sluiting van de kamer zichtbaar. Dit heeft het effect dat de bekendheid en de toegankelijkheid als drugspand wordt weggenomen en dat de ‘loop’ er naartoe eruit wordt gehaald, waarmee de kamer aan het criminele drugscircuit wordt onttrokken. Het gaat daarnaast de aantrekkingskracht op andere criminele activiteiten tegen en geeft een signaal af dat serieus wordt omgegaan met meldingen van buurtbewoners en dat tegen drugscriminaliteit wordt opgetreden. Verder is de kamer gelegen in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk dan wel straat. Over de betreffende woonwijk heeft de burgemeester sinds 2018 veertig bestuurlijke rapportages over overtreding van artikel 13b van de Opiumwet ontvangen en over de straat vijf bestuurlijke rapportages sinds 2019. De kamer is ook gelegen op korte afstand (400 meter) van het centrum van Geleen. Dat de kamer op slechts veertien minuten rijden van de Duitse grens is gelegen en slechts twaalf minuten rijden van de Belgische grens vormt een aantrekkelijke locatie voor drugstoerisme vanuit het buitenland en dat moet voorkomen worden. Dat enkel de kamer van verzoeker zichtbaar wordt afgesloten en niet de voordeur van het complex waartoe de kamer behoort, doet niets aan het voorgaande af.
3.14.
De burgemeester heeft de sluiting van de kamer dan ook een geschikt en noodzakelijk middel mogen achten om de geconstateerde overtreding te beëindigen en de daarmee samenhangende negatieve gevolgen voor de openbare orde en veiligheid te herstellen en herhaling te voorkomen.
Evenwichtigheid
3.15.
Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting van het pand geschikt en noodzakelijk is, dient hij zich ervan te vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid bij de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig.
3.16.
De voorzieningenrechter vindt de gevolgen van de sluiting in dit geval niet onevenwichtig. De burgemeester heeft meer gewicht mogen toekennen aan het herstel van de openbare orde en een veilig woon- en leefklimaat in de omgeving dan aan het belang van verzoeker. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de sluiting een aan een object gebonden maatregel is en niet een aan een persoon gebonden maatregel. De stelling van verzoeker dat de aangetroffen verdovende middelen en het wapen met munitie niet van hem zijn en dat hij niet kan uitsluiten dat ze aan zijn zoon toebehoren doet er niet aan af dat verzoeker als overtreder kan worden aangemerkt. Het ontbreken van wetenschap neemt niet weg dat verzoeker verantwoordelijk kan worden gehouden voor de aangetroffen situatie. Verzoeker als huurder van de kamer is verantwoordelijk voor wat zich in de kamer bevindt en afspeelt. Vervolgens is de voorzieningenrechter van oordeel dat echter niet gebleken is dat verzoeker geen verwijt kan worden gemaakt van de aanwezigheid van hard- en softdrugs in de woning. Uit de waarnemingen tijdens de observaties en de ontvangen MMA-meldingen is gebleken dat verzoeker wel zelf betrokken is bij de handel in verdovende middelen. De man die omschreven wordt in de meldingen voldoet aan het signalement van verzoeker en tijdens de observaties is gezien dat verzoeker iets uit het raam van de kamer gooide. Inherent aan een sluiting van een woning is dat de bewoner de woning moet verlaten. Dit is op zichzelf dan ook geen bijzondere omstandigheid. De burgemeester stelt, en heeft ook onderbouwd met verwijzing naar advertenties, dat verzoeker de mogelijkheid heeft om een beroep te doen op sociale en particuliere huurwoningen dan wel kamers. In het besluit heeft verweerder diverse concrete mogelijkheden benoemd die verzoeker zou kunnen benutten om tijdelijk vervangende woonruimte te vinden. In een noodgeval kan verzoeker nog gebruik maken van de daklozenopvang van Moveo. Niet gebleken is dat verzoeker tijdens de sluiting van zijn kamer niet tijdelijk bij familie, vrienden of kennissen kan verblijven. Verzoeker heeft in het geheel niet onderbouwd dat hij geen vervangende woonruimte kan vinden. De gemachtigde van de burgemeester heeft op de zitting toegelicht dat zij telefonisch contact heeft opgenomen met de verhuurder en dat de verhuurder toen heeft gezegd dat hij de huurovereenkomst niet zou ontbinden.
3.17.
Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker niet heeft aangetoond dat het financieel niet mogelijk is voor hem om andere woonruimte te vinden of dat hij een bijzondere binding heeft met de kamer. De gemachtigde van verzoeker heeft op zitting weliswaar verklaard dat de gezondheidstoestand van verzoeker erg slecht is en dat zij vreest dat die toestand snel verder zal verslechteren, maar de door de gemachtigde van verzoeker geschetste medische gesteldheid wordt niet ondersteund door de overgelegde verklaring van de huisarts van verzoeker. Daaruit blijkt dat de medische gesteldheid van verzoeker zeker niet goed is, maar (nog) niet zo slecht als de gemachtigde van verzoeker heeft gesteld.
3.18.
De burgemeester heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter meer gewicht kunnen en mogen toekennen aan het belang van het herstel van de openbare orde en in een veilig woon- en leefklimaat in de omgeving dan aan het belang van verzoeker.

Conclusie en gevolgen

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af. Dat betekent dat de burgemeester de kamer van verzoeker in afwachting van de beslissing op bezwaar niet (meer) open hoeft te houden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.P. Jacobs, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.M.A.W. Kusters-van Mulken, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025.
De griffier is niet in de gelegenheid om mede te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 4 december 2025.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie de uitspraken van 28 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2912), 6 juli 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1911) en 16 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2922).
2.Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2922).