ECLI:NL:RBLIM:2025:11941
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens drugsbezit met minderjarig kind
De burgemeester van Gulpen-Wittem besloot tot sluiting van de woning van verzoekers voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet nadat de politie op 1 september 2025 een handelshoeveelheid hard- en softdrugs aantrof. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoekers anders de woning moeten verlaten. De burgemeester is bevoegd tot sluiting, ondanks een formeel bevoegdheidsgebrek in het besluit, en de indicatieve test van de drugs is voldoende bewijs in bestuursrechtelijke zin. De sluiting is in principe geschikt en noodzakelijk, maar de burgemeester heeft onvoldoende gemotiveerd waarom sluiting noodzakelijk is, gezien het ontbreken van overlast, recidive en aanwijzingen voor handel.
Daarnaast heeft de burgemeester onvoldoende de belangen van verzoekers, waaronder een minderjarig kind, meegewogen. De voorzieningenrechter schorst daarom het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar, waarbij de burgemeester de noodzaak en evenwichtigheid nader moet onderbouwen. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers.
Uitkomst: Het besluit tot woningsluiting wordt geschorst omdat de burgemeester de noodzaak en evenwichtigheid onvoldoende heeft onderbouwd.