ECLI:NL:RBLIM:2025:10212
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid
Op 3 oktober 2025 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. J.M.A. Kessels, rechter in de rechtbank Limburg, in een civiele zaak. Het verzoek betrof vermeende feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter zouden aantasten.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat stelt dat wraking alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen en die objectief een vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De aangevoerde gronden waren gebaseerd op EU-recht en de stelling dat Nederlandse rechters dit niet voldoende toepassen.
De wrakingskamer oordeelde dat deze gronden niet betrekking hadden op de persoon van de rechter en geen aanwijzingen bevatten voor vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Daarom werd het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond verklaard en werd de mondelinge behandeling achterwege gelaten.
De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer bestaande uit drie rechters en een griffier en op 13 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is kennelijk ongegrond verklaard.