Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- [opsomming afleverplaatsen]
- het opgenomen telefoongesprek met Tonie en [naam 28] (sessienummer 147 van 29 september 2020. [naam 28] belt met Tonie , het drugsbestelnummer [telefoonnummer 1] , om 100 bruin te verkopen aan een “Duitser”) (p. 4022);
- het opgenomen telefoongesprek met Tonie en [naam 25] (sessienummer 36 van 27 september 2020. [naam 25] belt met Tonie , het drugsbestelnummer [telefoonnummer 1] , en vraag waar hij blijft en dat de kwaliteit slecht was de laatste keer) (p. 4054 en 4055);
- de Whatsappspraakberichten verstuurd door Tonie aan [naam 25] (een door de digitale opsporing veiliggesteld bericht van ‘ Tonie ’ uit de inbeslaggenomen telefoon van [naam 25] . [naam 25] heeft contact met Tonie , in Dubai, over het leveren van verdovende middelen) (p. 6665 t/m 6668);
- het getuigenverhoor van de verdachte [medeverdachte 1] uit 2017 op verzoek van Belgische autoriteiten.
(de rechtbank begrijpt [medeverdachte 3] )vraagt in Whats-app op 9 oktober 2020 te 08:03:29 uur, “Wie gaat actief vandaag", “ [bijnaam 2] ". [naam 31] antwoordt dan, “ [bijnaam 3] tot 4 uur”, Dan [bijnaam 4] ”.
deelnemingaan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht (Sr) kan slechts dan sprake zijn als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk, namelijk het plegen van misdrijven.
Voor deelneming is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De verdachte hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
organisatieals bedoeld in artikel 140 Sr Pro is sprake als het gaat om een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.
oogmerktot het plegen van misdrijven. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
zijnjongens vanaf morgen weer bereikbaar zijn en weer kwaliteit hebben en uit de verklaring van [naam 32] die in 2021 verklaart dat Toni de baas is.
(de rechtbank begrijpt: dealers)daar konden chillen en het verdiende geld kon worden geteld. Echter, heeft [medeverdachte 1] dit niet (alleen) als ‘chillplek’ maar (ook) als stash- en verwerkingsplek gebruikt. Dat het de bedoeling is geweest van [verdachte] om alleen een ‘chillplek’ te verschaffen, doet niet af aan de strafwaardigheid van het handelen van [verdachte] . Ook dan geldt immers dat hij het opzet had om door zijn handelen, namelijk het verschaffen van een chillplek voor dealers, de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, namelijk de handel in verdovende middelen, te ondersteunen. Door op dergelijke wijze voordeel te verschaffen aan de organisatie heeft [verdachte] bovendien als onderdeel van de organisatie gefunctioneerd.
een pandten behoeve van het bewaren van verdovende middelen.
meerdere panden. Het pand aan de [adres 2] bestaat uit 3 appartementen. Vervolgens wordt er gesproken over één huis en een ander pand. Uit de tapgesprekken blijkt duidelijk dat de verdachte niet wilde dat het pand aan de [adres 2] voor de opslag van verdovende middelen werd gebruikt en over andere panden is wel gesproken maar de rechtbank kan niet vaststellen dat die panden ook daadwerkelijk ter beschikking zijn gesteld.
in de periode van 27 oktober 2020 tot en met 25 november 2020 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [naam 31] , [naam 30] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid en 10a, eerste lid Opiumwet.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 25 november 2020 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [naam 31] , [naam 30] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;
2
hij in of omstreeks de maand november 2020 in de gemeente Maastricht, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een materiaal bevattende heroïne en/of een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of middelen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, door een pand ter beschikking te stellen ten behoeve van het bewaren van verdovende middelen en/of goederen gerelateerd aan de handel in verdovende middelen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[naam 31] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 25 november 2020 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland hebben/heeft gebracht en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig hebben/heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de maand november 2020 in de gemeente Maastricht opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door het pand aan de [adres 2] ter beschikking te stellen voor het bewaren van verdovende middelen.