ECLI:NL:RBLIM:2024:6861
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang inzake inzage medisch dossier
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de GGD Zuid-Limburg inzake haar verzoek om informatie over een intercollegiaal overleg waarin haar WMO-indicatie werd besproken. Zij baseerde haar verzoek op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om volledige inzage in haar medisch dossier te verkrijgen.
De rechtbank overweegt dat voor inzage in een medisch dossier de bijzondere openbaarmakingsregeling uit afdeling 5 van hoofdstuk 7 van het Burgerlijk Wetboek (Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst) geldt, en niet de Wob. De GGD heeft eiseres een afschrift van haar medisch dossier verstrekt conform deze wet.
Omdat eiseres met haar beroep geen volledige inzage kan afdwingen via de Wob, ontbreekt het haar aan procesbelang. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van het bezwaar is overschreden met bijna zes maanden. Daarom wordt een schadevergoeding van €500 toegekend, te betalen door de Staat der Nederlanden.
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten af, omdat het verzoek om schadevergoeding ter zitting is gedaan en niet inhoudelijk is besproken. De uitspraak is gedaan door rechter Derks-Voncken op 3 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; schadevergoeding van €500 wordt toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.