Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
Beste [naam bestuurder 2] ,
na verrekening van de € 10.000,00, betaald door [naam bv] voor [eiseres] , is de balans als volgt.”
3.Het geschil
€ 10.000,- (alsnog) aan haar te voldoen.
Rechtbank Limburg
Woehner leverde in 2021 materialen aan eiseres en stuurde facturen ter betaling. Een derde, een besloten vennootschap met nauwe banden met eiseres, betaalde een groot deel van deze facturen. Na het faillissement van deze derde eiste Woehner alsnog betaling van eiseres, omdat de curator de betaling als onverschuldigd beschouwde en terugvordering verlangde.
Eiseres betwistte de vordering en stelde dat zij niet de contractuele wederpartij was, en dat de facturen reeds bevrijdend waren betaald door de derde. De kantonrechter oordeelde dat de betaling door de derde met instemming van partijen was gedaan en dat deze betaling bevrijdend was. Woehner kon de curatorbetaling niet aan eiseres tegenwerpen.
Het verstekvonnis dat eerder de vordering toewijst, werd vernietigd. De vordering werd afgewezen en Woehner werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering van Woehner tot betaling van €10.000,- wordt afgewezen omdat de facturen reeds bevrijdend zijn betaald door een derde.