Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek
- de schriftelijke weergave van de mondelinge dupliek.
Rechtbank Limburg
VGZ Zorgverzekeraar N.V. heeft een procedure aangespannen tegen een verzekerde wegens niet-betaling van zorgpremie en bijkomende kosten. De verzekerde heeft een zorgverzekering afgesloten onder de Zorgverzekeringswet en is gehouden premie te betalen. VGZ vordert betaling van een bedrag van €13.614,68, bestaande uit hoofdsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, minus reeds betaalde bedragen.
De verzekerde voerde verweer, onder meer met verwijzing naar een eerdere procedure waarin slechts een deel van de vordering werd toegewezen. De rechtbank oordeelt dat VGZ gerechtigd is het restant van de vordering opnieuw in rechte te vorderen, nu de verzekerde niet aan betalingsverplichtingen heeft voldaan. Betalingsonmacht is geen beletsel voor toewijzing.
De rechtbank wijst de vordering grotendeels toe, met uitzondering van een klein bedrag aan acceptgirokosten die onvoldoende zijn onderbouwd. De buitengerechtelijke kosten worden toegewezen conform het toepasselijke tarief. De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €13.611,68, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 september 2023, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €13.611,68 plus wettelijke rente en proceskosten.