Uitspraak
RECHTBANK limburg
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg, verweerder,
[naam] en [naam], te [vestigingsplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
- Een afname van het aantal vleesvarkens in stal 4 (voorheen stal 9) van 19.208 naar 18.808 stuks (min 400 stuks);
- Een afname van het aantal kraamzeugen in stal 6 (voorheen stal 10) van 600 stuks naar 576 stuks (min 24 stuks);
- Een afname van het aantal guste- en dragende zeugen in stal 6 (voorheen stal 10) van 2.436 stuks naar 2.032 stuks (min 404 stuks);
- Een afname van het aantal opfokzeugen in stal 6 (voorheen stal 10) van 720 stuks naar 480 stuks (min 240 stuks);
- Een afname van het aantal gespeende biggen in stal 6 (voorheen stal 10) van 432 stuks naar 336 stuks (min 96 stuks);
- Een afname van het aantal dekberen in stal 6 (voorheen stal 10) van 45 stuks naar 14 stuks (min 31 stuks).
- dat in afwijking van de vergunde varkenshouderij (§ 2.1.2 van het besluit) de luchtsnelheid van de vier luchtwassers B1, B2, C1 en C2 van stal 4 (voorheen stal 9) moet worden verhoogd naar 7,8 m/s. Om deze luchtsnelheid te waarborgen moeten de luchtwassers zijn voorzien van automatisch gestuurde kleppen. Deze aanpassingen (luchtsnelheid) van de inrichting moeten uiterlijk op 1 september 2024 zijn gerealiseerd;
- dat in afwijking van de vergunde varkenshouderij de hoogte van de uitstroomopening van de luchtwassers A1 en A2 van de nieuwe stal 5 moet bedragen 9,9 m-mv;
- dat in afwijking van de vergunde varkenshouderij de gemiddelde gebouwhoogte van stal 5 moet bedragen 6,5 m-mv;
- dat het in hoofdstuk 10 opgenomen ambtshalve gewijzigde voorschrift 2.3 aan de revisievergunning van 21 januari 2014 wordt verbonden;
- dat het in hoofdstuk 11 opgenomen ambtshalve gewijzigde voorschrift 2.3A aan de revisievergunning van 21 januari 2014 wordt verbonden;
- dat de door vergunninghoudster aangekochte woning aan de [adres] te [plaats] per 1 januari 2025 alleen bewoond en gebruikt mag worden door personen die functioneel zijn verbonden aan de activiteiten binnen de inrichting aan de [adres] te [plaats] tot aan het moment dat deze woning geen geurgevoelig gebouw meer is (en dus een andere functie heeft gekregen in het ter plekke geldende omgevingsplan) in de zin van artikel 5.91 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op