Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2024 in de zaken tussen
[eiseres 2], eiseres 2, en
[eiser 3], eiser 3, uit [woonplaats] , gezamenlijk: eisers
Rechtbank Limburg
De zaak betreft beroepen tegen twee besluiten waarbij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten omgevingsvergunningen heeft verleend voor aanpassingen aan een dakterras, waaronder het verhogen van voorzieningen boven de in het bestemmingsplan toegestane maximale hoogte van 2,60 meter.
Eisers betoogden onder meer dat het gebruik van het dakterras voor horeca niet mocht worden toegestaan en dat aspecten als geluidshinder en privacy onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelt dat het dakterras al op grond van het onherroepelijke bestemmingsplan een horecabestemming heeft en dat de vergunning uitsluitend ziet op de afwijking van de maximale bouwhoogte. De geluid- en privacyaspecten zijn volgens de rechtbank reeds in het bestemmingsplan verdisconteerd en behoeven geen afzonderlijke toetsing.
Verder is vastgesteld dat de vergunninghouder maatregelen heeft genomen om inkijk te beperken, zoals het plaatsen van ondoorzichtige windschermen. De rechtbank acht de belangenafweging van verweerder zorgvuldig en ziet geen strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Eisers 2 en 3 vorderden schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de procedures samenhangend zijn en dat de redelijke termijn met ongeveer elf maanden is overschreden. De rechtbank kent een beperkte immateriële schadevergoeding toe van €500 per eiser en veroordeelt de Staat in de proceskosten.
De beroepen worden ongegrond verklaard, de vergunningen blijven in stand en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskostenbetaling aan eisers 2 en 3.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunningen worden ongegrond verklaard en eisers 2 en 3 ontvangen een beperkte schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.