Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.Inleiding
3.De tenlastelegging
4.Geldigheid dagvaarding
5.De beoordeling van het bewijs
6.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De straf en/of de maatregel
9.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
.
10.De voorlopige hechtenis
11.De wettelijke voorschriften
12.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 5.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 6 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt [verdachte] tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat een gedeelte van de straf groot
- veroordeelt [verdachte] voorts tot een geldboete van
- beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van
- ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, van een
€ 1.096,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
20 mei 2021tot aan de dag van de volledige voldoening;
- legt aan [verdachte] de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van
- bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op
- bepaalt dat, indien [verdachte] heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.