Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding van 26 september 2023
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek, tevens akte wijziging van eis
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Eiser werkte vanaf 1966 bij PTT en vanaf 1979 bij ABP en is sinds 2010 gepensioneerd met pensioenuitkeringen van ABP. Hij vordert dat ABP verplicht wordt tot ononderbroken indexering van zijn pensioenrechten die zijn opgebouwd tot 1 januari 1996, overeenkomstig het welvaartsvastheidsbeginsel zoals geregeld in de Abp-wet. ABP heeft echter slechts in 2010, 2022 en 2023 geïndexeerd.
De kantonrechter oordeelt dat sinds de privatisering van ABP in 1996 de pensioenregeling is omgezet in een voorwaardelijke indexering, afhankelijk van de financiële positie van het fonds, zoals vastgelegd in de Wet privatisering ABP en de Pensioenwet. Dit betekent dat het recht op toeslag niet onvoorwaardelijk is gebleven.
Eiser stelt dat het niet-indexeren in strijd is met zijn eigendomsrecht onder artikel 17 Handvest Pro EU en artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM, verwijzend naar Europese arresten. De kantonrechter volgt echter de recente jurisprudentie, waaronder het arrest van Hof Den Haag van november 2023, en wijst de vordering integraal af.
Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan ABP. Het verweer van verjaring wordt verworpen omdat het niet-indexeren vanaf 2010 tot aan de dagvaarding een voortdurende schadeveroorzakende gebeurtenis is.
Uitkomst: De vordering tot ononderbroken indexering van pensioenrechten wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.