ECLI:NL:RBLIM:2023:784
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing transitievergoeding bij opzegging wegens pensioen boven langdurige ziekte
Werknemer was sinds 2005 in dienst bij werkgever en viel in juni 2020 langdurig uit wegens ziekte. Na een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens niet-naleving re-integratieverplichtingen, beëindigde werkgever het dienstverband per 21 juli 2022 wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Werknemer vorderde betaling van een transitievergoeding of subsidiair een schadevergoeding, stellende dat het dienstverband had moeten eindigen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid per 21 juni 2022, wat recht geeft op transitievergoeding. Werkgever betwistte dit en stelde dat de opzegging rechtsgeldig was en dat geen transitievergoeding verschuldigd is.
De kantonrechter analyseerde de wettelijke regeling omtrent opzegging wegens ziekte en pensioen, en oordeelde dat goed werkgeverschap vereist dat bij samenloop van ontslaggronden de voor werknemer meest gunstige opzegging wordt toegepast. In dit geval lag de pensioenontslagdatum eerder dan de datum waarop ontslag wegens ziekte mogelijk was, waardoor geen recht op transitievergoeding bestaat.
Het tegenverzoek van werkgever tot vergoeding van loondoorbetalingen wegens loonsanctie werd afgewezen omdat de sanctie niet aan werknemer kon worden toegerekend. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot transitievergoeding en schadevergoeding wordt afgewezen; partijen dragen eigen proceskosten.