ECLI:NL:RBLIM:2023:7459
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig doorsturen bezwaar Participatiewet, voorlopige voorziening afgewezen
Eiser diende op 22 juni 2023 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Participatiewet. Verweerder stelde deze aanvraag bij besluit van 5 juli 2023 buiten behandeling, waarop eiser geen bezwaar maakte. Later diende eiser een nieuw bezwaar in tegen het niet tijdig beslissen op de eerste aanvraag, dat verweerder niet-ontvankelijk verklaarde. Eiser stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het bezwaar van 25 augustus 2023 als een niet tijdig beroep had moeten doorsturen naar de rechtbank, wat niet was gebeurd. Hierdoor is het beroep gegrond en wordt het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat verweerder al op de aanvraag van 22 juni 2023 had beslist.
Ten aanzien van het verzoek om voorlopige voorziening stelde eiser dat hij spoedeisend belang had vanwege het ontbreken van een smartphone en laptop om een bankrekening te openen. De voorzieningenrechter stelde vast dat eiser inmiddels vanaf 10 juni 2023 een uitkering toegekend had gekregen, waardoor geen spoedeisend belang bestond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De voorzieningenrechter besloot het beroep gegrond te verklaren, het bestreden besluit te vernietigen, het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.