Uitspraak
.
Rechtbank Limburg
Eiseres heeft voor drie afzonderlijke loonheffingennummers een tegemoetkoming NOW-1 aangevraagd en betwist de berekeningswijze waarbij de subsidievaststelling per loonheffingennummer is vastgesteld. Zij stelt dat ondanks 20% omzetverlies alle medewerkers in dienst zijn gebleven en lonen zijn doorbetaald, waarbij medewerkers administratief zijn overgegaan naar andere loonheffingennummers. De rechtbank oordeelt dat de minister de berekening conform de NOW-1 regeling juist heeft uitgevoerd en dat afwijking van deze methode niet mogelijk is.
De rechtbank overweegt dat de NOW-1 regeling dwingend voorschrijft dat subsidie per loonheffingennummer wordt vastgesteld en dat de minister geen ruimte heeft voor maatwerk in deze situatie. Hoewel eiseres financieel nadeel ondervindt door de administratieve verschuiving van medewerkers tussen loonheffingennummers, is dit nadeel niet onevenredig in verhouding tot het doel van de regeling en het belang van de minister bij uitvoerbaarheid.
De rechtbank concludeert dat het belang van de minister zwaarder weegt dan dat van eiseres en dat de toegepaste berekeningswijze rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de NOW-1 tegemoetkoming per loonheffingennummer wordt ongegrond verklaard.