De werknemer trad op 19 februari 2023 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst die zou eindigen op 19 augustus 2023. Op 3 juli 2023 meldde de werknemer zich ziek, waarna de werkgever dezelfde dag de arbeidsovereenkomst opzegde zonder opgave van een dringende reden en stopte met loonbetaling.
De werknemer stelde dat het ontslag op staande voet ongeldig was omdat geen dringende reden was medegedeeld, wat door de werkgever niet werd betwist. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag daarom niet rechtsgeldig was en vernietigde de opzegging.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon van €6.085,40 bruto, de wettelijke verhoging van €3.042,70, een aanzegvergoeding van €2.400,00, een transitievergoeding van €400,00 en de proceskosten. Tevens werd de wettelijke rente over deze bedragen toegewezen.
De arbeidsovereenkomst eindigde uiteindelijk van rechtswege op de overeengekomen datum 19 augustus 2023, waarbij de werkgever tekort was geschoten in de aanzegplicht. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.