ECLI:NL:RBLIM:2023:6183

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
C/03/300757 / HA ZA 22-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omvang legitimaire massa en legitieme portie in erfrechtelijke procedure

Op 18 oktober 2023 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een civiele erfrechtelijke procedure betreffende de vaststelling van de omvang van de legitimaire massa en de legitieme portie van eiseres.

De erflaatster was in eerste huwelijk getrouwd en had vijf kinderen, waarvan drie onterfd zijn bij testament van 2012. De onterfde kinderen, waaronder eiseres, maken aanspraak op hun legitieme portie. Er bestond onenigheid over de omvang van de legitimaire massa, mede door schenkingen en de verkoop van een woning in 2017.

Na een mondelinge behandeling en schorsing stemden partijen in met een vaststelling van de legitimaire massa op €215.000. De rechtbank verklaarde voor recht dat de legitimaire massa dit bedrag bedraagt en dat de legitieme portie van eiseres, na aftrek van reeds ontvangen schenkingen, €10.860 bedraagt.

De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank stelt de legitimaire massa vast op €215.000 en de legitieme portie van eiseres op €10.860, met compensatie van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/300757 / HA ZA 22-21
Vonnis van 18 oktober 2023
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats 1] ,
eiseres,
verweerster in reconventie (enkel ten aanzien van de hierna te noemen [gedaagde sub 4] ),
advocaat: mr. J.M.H. Devis te Zoetermeer,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. A.J.L.J. Pfeil te Maastricht-Airport,
2.
[gedaagde sub 2],
te [woonplaats 3] ,
niet verschenen,
3.
[gedaagde sub 3],
te [woonplaats 4] ,
advocaat: mr. M.J. Drost te Leusden,
4.
[gedaagde sub 4],
te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. V.C.C. Luijten te Heerlen,
allen gedaagden en – wat betreft gedaagde sub 4 – verweerster in reconventie.
Partijen zullen hierna [eiseres] enerzijds respectievelijk [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] anderzijds worden genoemd.

1.De verdere procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in het incident van 25 mei 2022,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 3] met vijf producties, waarvan productie 5 ter rolle van 12 oktober 2022 is vervangen door een nieuwe productie 5,
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van [gedaagde sub 4] ,
- de conclusie van antwoord in reconventie van [eiseres] ,
- de mondelinge behandeling van 2 oktober 2023, waarvan een verkort proces-verbaal is opgemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Op [overlijdensdatum] is [erflaatster] (hierna: erflaatster) in [overlijdensplaats] overleden. In eerste echt is zij gehuwd geweest met de heer [naam 1] , van wie zij later is gescheiden. Uit dat huwelijk zijn geboren [eiseres] (eiseres), [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en wijlen [naam 2] ; [gedaagde sub 3] is de zoon van (de vooroverleden) [naam 2] . Erflaatster is hertrouwd met [naam 3] (hierna: [naam 3] ).
2.2.
Bij testament van 10 september 2012 heeft erflaatster [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot enig erfgenaam benoemd, zulks onder uitsluiting van [eiseres] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] als erfgenaam. Tevens heeft erflaatster [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] benoemd tot executeurs van haar nalatenschap.
2.3.
In 2017 heeft erflaatster de woning verkocht die zij samen met [naam 3] had gekocht. De opbrengst was na aftrek van kosten € 228.082,67.
2.4.
[eiseres] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] doen in deze zaak een beroep op de legitieme portie, gezien hun onterving. Partijen twisten echter over de vraag wat de omvang is van de legitimaire massa, en daarmee dus ook over de omvang van de legitieme porties van [eiseres] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] .

3.Het geschil

In conventie en in reconventie
3.1.
Gelet op een aantal schenkingen aan de kinderen en de kleinkinderen, (mede) voldaan uit de verkoop van de woning van erflaatster in 2017 van € 228.082,67, stelt [eiseres] dat deze € 338.945,84 is, zodat haar legitieme, na aftrek van hetgeen zij reeds aan schenking van erflaatster heeft ontvangen, te weten € 10.640,00, € 23.254,60 is.
3.2.
Op grond van het voorgaande heeft [eiseres] gevorderd dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat:
de legitieme massa € 338.945,84 is, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag,
de legitieme portie van [eiseres] (een tiende deel van de legitieme massa minus de schenkingen die [eiseres] reeds heeft ontvangen) € 23.254,60 is, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag.
3.3.
[gedaagde sub 1] heeft de vordering betwist, in die zin dat zij heeft bestreden dat de legitimaire massa de door [eiseres] gestelde omvang heeft. Na daartoe in het geding te zijn betrokken – de rechtbank verwijst naar voormeld vonnis in het incident van 25 mei 2022 – hebben ook [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] aangevoerd dat de omvang van de legitimaire massa substantieel lager is dan door [eiseres] gesteld.

4.De beoordeling

In conventie en in reconventie
4.1.
Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling op 2 oktober 2023 heeft [eiseres] , na een schorsing van de zitting door de rechter met het oog op het bereiken van overeenstemming, gesteld dat de legitimaire massa € 215.000,00 is. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] hebben zich naar aanleiding hiervan op het standpunt gesteld dat zij zich in die stelling kunnen vinden. Vervolgens hebben partijen de rechtbank verzocht op basis hiervan vonnis te wijzen.
4.2.
In het licht van het voorgaande zal de rechtbank de vorderingen van [eiseres] toewijzen, met dien verstande dat voor recht zal worden verklaard dat de omvang van de legitimaire massa € 215.000,00 is en dat de legitieme portie van [eiseres] bijgevolg (1/10 x
€ 215.000,00 minus de reeds ontvangen gift van € 10.640,00) € 10.860,00 is.
4.3.
Gelet op het bepaalde in artikel 140, lid 1 en lid 3 Rv geldt het onderhavige vonnis ook ten aanzien van (de niet in het geding verschenen) [gedaagde sub 2] .
4.4.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij haar kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
In conventie en in reconventie
5.1.
verklaart voor recht dat de legitimaire massa € 215.000,00 is;
5.2.
verklaart voor recht dat de legitieme portie van [eiseres] € 10.860,00 is;
5.3.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2023.