ECLI:NL:RBLIM:2023:5635
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering WAZ-uitkering wegens hennepkwekerij en opgelegde boete
Eiser ontvangt sinds 2003 een WAZ-uitkering. Na een melding van een hennepkwekerij in een loods bij zijn woning heeft het UWV een onderzoek ingesteld en geconcludeerd dat eiser inkomsten uit hennepteelt had die niet waren gemeld. Het UWV herzag de uitkering over de periode 7 februari 2020 tot en met 2 juni 2020 en vorderde €3.977,99 terug, daarnaast legde het een boete van €1.944,73 op, later verlaagd naar €40 wegens draagkracht.
Eiser betwist de terugvordering en boete, stelt dat hij niet betrokken was bij de kwekerij en dat de overtredingsperiode onjuist is vastgesteld. Hij voert ook aan dat er dringende redenen zijn om af te zien van terugvordering en dat de boete onterecht is opgelegd. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij niet wist van de kwekerij, mede gelet op een positieve netmeting van 7 februari 2020 en toegang tot de loods.
De rechtbank volgt het UWV in de vaststelling van de overtredingsperiode en het berekende wederrechtelijk voordeel. Het UWV heeft terecht de uitkering herzien en een boete opgelegd vanwege schending van de inlichtingenplicht. Dringende redenen om af te zien van terugvordering of boete zijn niet aannemelijk gemaakt. De proceskosten worden deels aan het UWV toegewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; het UWV heeft terecht de WAZ-uitkering herzien, teruggevorderd en een boete opgelegd.