In deze kort gedingprocedure vordert de werknemer betaling van achterstallig loon over maart tot en met juli 2023, inclusief vakantiegeld, wettelijke verhogingen en rente, alsmede vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De werknemer was sinds 1 maart 2023 in dienst voor onbepaalde tijd als Chef Patissier tegen een salaris van € 2.566,29 bruto per maand.
De werkgever had de werknemer op 16 mei 2023 zonder voorafgaande waarschuwing gedegradeerd naar Patissier met een salarisverlaging naar 90% van het oorspronkelijke salaris. De werknemer meldde zich diezelfde dag ziek. De werkgever schortte daarop het loon op totdat de bedrijfsarts arbeidsongeschiktheid vaststelde. Tevens verrekende de werkgever een boete van € 5.000 wegens overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding met het loon, waarbij zij meer dan het wettelijk toegestane percentage van 10% verrekeningspercentage toepaste.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2023 voor onbepaalde tijd is voortgezet met een salarisverhoging van 5%. De demotie zonder voorafgaande waarschuwing is onvoldoende onderbouwd en zal waarschijnlijk in een bodemprocedure niet standhouden. De loonopschorting was onrechtmatig omdat de werknemer arbeidsongeschikt was verklaard. De verrekening van de boete met het loon is onrechtmatig voor zover deze het wettelijk maximum overschrijdt. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon, vakantiegeld, wettelijke verhogingen, rente en buitengerechtelijke kosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.