Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
“Bonus of gratificatie?”en verder is geoordeeld, blijkt dat de kantonrechter de door [verzoekster] in de jaren 2017 tot en 2020 jaarlijks ontvangen uitkering als bonus kwalificeert en dat [verzoekster] ook over 2021 aanspraak heeft op die bonus. Uit artikel 3 lid 1 aanhef Pro en onder c van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding (hierna: het Besluit), volgt dat bij de berekening van de transitievergoeding rekening moet worden gehouden met de aanspraak op een bonus. Blijkens artikel 5 aanhef Pro en sub a van de Regeling looncomponenten en arbeidsduur (hierna: de Regeling) wordt een bonus namelijk onder de variabele looncomponent zoals bedoeld in het Besluit geschaard. Op dit punt passeert de kantonrechter dan ook het betoog van [verweerder] .
overde jaren voorafgaand aan het jaar van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn uitgekeerd en dus niet naar de bonussen die
inde jaren voorafgaand aan het jaar van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn verschuldigd.
“Bonus of gratificatie?” anders geoordeeld. Aangezien vast staat dat bij de berekening van de transitievergoeding geen rekening hiermee is gehouden, is [verweerder] schadeplichtig jegens [verzoekster] .
concreet en in alle transparantie’ voor te zorgen dat de werknemer daadwerkelijk in staat is zijn minimumvakantiedagen op te nemen. Hij dient de werknemer (zo nodig formeel) ertoe aan te zetten vakantie te nemen en hem op ‘
precieze wijze en tijdig’ te informeren dat niet-opgenomen vakantiedagen verloren gaan na ommekomst van de gelden termijn. In het geval de werkgever niet aan deze verplichting voldoet moet de werknemer worden geacht redelijkerwijs niet in staat te zijn geweest vakantie op te nemen.
“cf voorgaande jaren”en onder de noemer overig 25,3 verlofuren
“cf gemiddeld overige dagen 2020/2021 (…)”heeft afgeboekt. Vervolgens staat onder de streep bij
“Restant 2022”3,6 vermeld. Dit laatste komt overeen met de bij einde dienstverband uitbetaalde 3,64 vakantie-uren. Tegen deze achtergrond heeft [verzoekster] onvoldoende onderbouwd dat die uitbetaling betrekking heeft op verlofuren over 2021. Gelet hierop concludeert de kantonrechter dat over 2022 121,3 - 3,64 = 117,66 vakantie-uren niet zijn uitbetaald.
€ 793,00