Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting;
- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij]
- de waarneming van de rechtbank met betrekking tot het bekijken van de camerabeelden ter terechtzitting op 28 juni 2023;
- het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat subsidiair meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een gevangenisstraf van 15 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil en veroordeelt de verdachte in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van deze benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 augustus 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 38 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom, dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;