ECLI:NL:RBLIM:2023:4046
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning cafetaria
Verzoeker heeft een exploitatievergunning aangevraagd voor het exploiteren van een cafetaria in een bedrijfspand dat hij huurt sinds 2017. De burgemeester heeft de vergunning geweigerd op grond van een negatief advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB), waarbij vermoedens van betrokkenheid bij strafbare feiten en een zakelijk samenwerkingsverband met een overleden veroordeelde persoon zijn aangevoerd.
Verzoeker stelde spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat hij de cafetaria wil openen en al kosten en vaste lasten heeft gemaakt. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat dit onvoldoende is voor spoedeisend belang, mede omdat de huurovereenkomst vermoedelijk stilzwijgend is verlengd en er geen onomkeerbare situatie dreigt.
Ook is het besluit niet evident onrechtmatig, ondanks vragen over de proportionaliteit van de weigering gezien het overlijden van de mede-eigenaar en de tijdsverloop van de strafbare feiten. De discussie hierover dient in de beroepsprocedure te worden gevoerd.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en zal toezien op een spoedige behandeling van het beroep in september of oktober 2023. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van de exploitatievergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.