Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de nadere stukken van de zijde van [verzoeker]
- de mondelinge behandeling van 25 mei 2023
2.De feiten
3.Het geschil
- betaling van € 582,00 bruto wegens het niet nakomen van de aanzegverplichting als bedoeld in artikel 7:668 lid Pro 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), althans tenminste het wettelijk minimum, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het opeisbaar worden van dat bedrag tot de dag van volledige betaling,
- betaling van € 370,00 bruto aan transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW Pro, althans tenminste het wettelijk minimum, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het opeisbaar worden van dat bedrag tot de dag van volledige betaling,
- het verstrekken van een schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificatie waarin de hiervoor genoemde bedragen zijn verwerkt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag, voor iedere dag dat Timing Flexgroep na betekening van de beschikking daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het opeisbaar worden van dat bedrag tot de dag van volledige betaling,
- betaling van de buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het opeisbaar worden van dat bedrag tot de dag van volledige betaling,
- betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot de dag van volledige betaling en vermeerderd met de nakosten.
4.De beoordeling
5.De beslissing
- een bedrag van € 582,00 bruto wegens het niet nakomen van de aanzegverplichting als bedoeld in artikel 7:668 lid Pro 1, onderdeel a, BW, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling,
- de wettelijke rente over € 308,63 bruto vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot aan de dag van volledige betaling,