Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de pleitnota van Wijngaardman.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser is eigenaar van een perceel met een oostelijk pad dat hij gebruikt voor parkeren en keren van zijn auto, waarop een erfdienstbaarheid rust die hij door verjaring heeft verkregen. Gedaagde, eigenaar van het naburige perceel, plaatste een afsluitbare poort op het pad om zijn wijngaard af te sluiten. Eiser vorderde in kort geding verwijdering van de poort omdat deze zijn gebruik van het pad zou hinderen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vraag of er sprake is van een erfdienstbaarheid aan de bodemrechter is voorbehouden. Voorlopig kan alleen worden geoordeeld of de poort zodanig hindert dat verwijdering noodzakelijk is. Eiser heeft een sleutel van de poort en kan deze op elk moment openen zonder medewerking van gedaagde, zodat hij niet wordt gehinderd in de uitoefening van de erfdienstbaarheid.
Gedaagde heeft een rechtens te respecteren belang bij het afsluiten van zijn perceel. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat een eigenaar zijn erf mag afsluiten mits de toegang voor de eigenaar van het heersend erf gewaarborgd blijft. Omdat eiser onbelemmerde toegang heeft, is er geen grond voor verwijdering van de poort.
De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat het plaatsen van een poort die de toegang niet belemmert, toelaatbaar is ondanks een erfdienstbaarheid van overpad en parkeren.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de poort wordt afgewezen omdat eiser onbelemmerde toegang heeft via een sleutel.