ECLI:NL:RBLIM:2023:2203
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.E. Derks
- Th.M. Schelfhout
- E.M.J. Hardy
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen intrekking en terugvordering WW-, ZW- en TW-uitkeringen wegens gefingeerd dienstverband
Eiser had uitkeringen ontvangen op grond van WW, ZW en TW, gebaseerd op een vermeend dienstverband bij een inmiddels failliete werkgever. Het UWV stelde dat het dienstverband gefingeerd was en dat eiser daarom niet verzekerd was voor werknemersverzekeringen. De rechtbank onderzocht de formele en inhoudelijke gronden van het besluit en oordeelde dat het UWV terecht onderzoek heeft gedaan naar mogelijke faillissementsfraude en gefingeerde dienstverbanden.
De rechtbank concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor discriminatie of etnische profilering in het onderzoek en dat het UWV bevoegd was om het onderzoek te verrichten. Op inhoudelijk niveau bleek dat eiser onvoldoende bewijs leverde van een reëel dienstverband, mede door gebrekkige verklaringen en onregelmatigheden in loonbetalingen.
Daarmee was aannemelijk dat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond en dat de uitkeringen onterecht waren toegekend. De terugvordering van de uitkeringen is daarom terecht. Eiser slaagde er niet in om tegenbewijs te leveren of om redenen aan te voeren die terugvordering zouden verhinderen. De beroepen zijn ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen intrekking en terugvordering van uitkeringen wegens gefingeerd dienstverband zijn ongegrond verklaard.