ECLI:NL:RBLIM:2023:1990
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
Verzoeker is eigenaar van een woning waarin tijdens een politieonderzoek aanzienlijke hoeveelheden soft- en harddrugs werden aangetroffen, evenals attributen die duiden op handel. Op grond hiervan heeft de burgemeester besloten de woning voor zes maanden te sluiten op basis van artikel 13b van de Opiumwet.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Hij stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen, dat hij kwetsbaar is vanwege gezondheidsklachten en dat de sluiting disproportioneel is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde. De aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs en handelgerelateerde attributen rechtvaardigt de maatregel. De persoonlijke omstandigheden van verzoeker zijn niet voldoende onderbouwd om de sluiting onevenredig te maken.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar in stand zal blijven en de sluiting niet onredelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.