Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- die [naam 2] vervoerd en overgebracht naar winkels en pinautomaten en
- die [naam 2] gebruikt om bij de diefstallen om verdachte en zijn mededader heen te gaan staan en laten zorgen voor afscherming en afleiding in winkels en
- die [naam 2] met gestolen pinpassen geld laten pinnen van een of meerdere rekeningen en
- die [naam 2] binnen de afhankelijkheidsrelatie van ouder en kind op een dwingende en/of indringende en/of sturende wijze verbale en non-verbale instructies gegeven gericht op het ontvreemden van goederen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde 4]strekt tot vergoeding van € 131.840,05, bestaande uit:
[benadeelde 2]strekt tot vergoeding van € 217,00, bestaande uit:
[benadeelde 1]strekt tot vergoeding van € 200,00 aan immateriële schade.
[benadeelde 3]strekt tot vergoeding van € 1.085,95, bestaande uit:
- (primair) vrijspraak dient te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring;
- (subsidiair) de verdachte niet direct te koppelen is aan de schade;
- (meer subsidiair) de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd.
8.Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.5 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst toe de vordering van het openbaar ministerie;
- gelastdat het gedeelte van de vrijheidsstraffen dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog, te weten voor de duur van
852 dagen, moet worden ondergaan;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] , gevestigd te Utrecht, gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij van € 1.270,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 7 oktober 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 1] en [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in hun vordering;
- veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.
- een pinpas en/of (een) geldbedrag(en) van 1150 euro en/of 300 euro en/of 300 euro en/of 300 euro en/of 300 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 9] (zaak 2) en/of
- een pinpas en/of een geldbedrag van 1150 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 4] (zaak 3) en/of
- een pinpas en/of (een) geldbedrag(en) van 2000 euro en/of 2000 euro en/of 630 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 8] (zaak 16) en/of
- een portemonnee met inhoud (onder andere een pinpas) en/of een geldbedrag van 500 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 5] (zaak 40) en/of
- een pinpas en/of een geldbedrag van (in totaal) 2200 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 7] (zaak 46),
- [naam 2] , geboren op 20 augustus 2004 en/of
- [naam 3] , geboren op 14 augustus 2006,
- die [naam 2] en/of die [naam 3] vervoerd en/of overgebracht naar winkel(s) en/of pinautoma(a)t(en) en/of
- die [naam 2] en/of die [naam 3] gebruikt om bij de diefstal(len) om verdachte en/of zijn mededader(s) heen te gaan staan en/of laten zorgen voor afscherming en/of afleiding in winkel(s) en/of
- die [naam 2] en/of die [naam 3] pinpas(sen) laten rollen en/of stelen en/of afpakken en/of
- die [naam 2] en/of die [naam 3] pincodes laten bekijken en/of onthouden van en/of behorend bij die pinpas(sen) en/of
- die [naam 2] en/of die [naam 3] middels hun GSM de daglimiet(en) van pinpas(sen) laten ophogen en/of
- die [naam 2] en/of die [naam 3] met (een) gestolen pinpas (sen) (een) hoeveelheid geld laten pinnen van een of meerdere rekening(en) en/of
- die [naam 2] en/of die [naam 3] binnen de afhankelijkheidsrelatie van ouder en kind op een dwingende en/of indringende en/of sturende wijze verbale en/of non-verbale instructies gegeven gericht op het ontvreemden van goederen.