Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) (Staat).
Procesverloop
lees: ingetrokken) en besloten het bezwaar van eiser gegrond te verklaren, (
de rechtbank begrijpt) het primaire besluit - voor zover het de vaststelling van eisers mate van arbeidsongeschiktheid per 27 augustus 2020 betreft - te herroepen en te bepalen dat eisers mate van arbeidsongeschiktheid per 27 augustus 2020 wordt vastgesteld op 80 tot 100%, maar dat per die datum geen sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Wat ging er aan deze procedure vooraf?
Wat vindt eiser?
Waarover gaat het in deze zaak?
Wat vindt de rechtbank?
verzekeringsarts. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 17 september 2021 evenwel nader gemotiveerd waarom is afgezien van een spreekuurcontact in de bezwaarfase. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep had een spreekuur geen aanvullende waarde. Er zijn voldoende medische gegevens aanwezig van voorgaande primaire onderzoeken, alsmede van het huidige primaire onderzoek. Bovendien is er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het recente verleden een fysiek medisch onderzoek geweest, evenals door de huidige arts vervolgens is gedaan. De beschrijving van het lichamelijk onderzoek door de arts geeft weer dat sprake is van een professioneel uitgevoerd lichamelijk onderzoek. Er is daarom geen reden om aan de resultaten van zijn lichamelijk onderzoek te twijfelen. Bovendien vergelijkt de arts de resultaten van zijn onderzoek met die van de voorgaande onderzoeken door zijn collega verzekeringsartsen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep merkt in zijn rapport verder op dat de arts die het primaire onderzoek heeft verricht een vergevorderde arts in opleiding tot verzekeringsarts is, hetgeen bewezen wordt doordat de arts nu al een geregistreerd verzekeringsarts blijkt te zijn. Hij verwijst daarbij naar de rapportage van Gils met datum 2 juni 2021.
zo de rechtbank begrijpt, dat op 27 augustus 2020 al bekend was dat het plaatsen van de pacemaker geen zin had, niet aannemelijk gemaakt.
De conclusie van de rechtbank
Beslissing
.