Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[naam onderbewindgestelde],
flexfirst b.v.,
1.De procedure
- het op 15 april 2022 ter griffie ontvangen verzoekschrift
- de op 10 mei 2022 ter griffie ontvangen nadere bijlagen van de zijde van Fidelis
- het op 16 mei 2022 ter griffie ontvangen verweerschrift, waarin Flexfirst onder meer te kennen heeft gegeven niet ter zitting te zullen verschijnen
- de mondelinge behandeling ter zitting van 25 mei 2022.
2.De feiten
De uitzendovereenkomst met uitzendbeding eindigt:
- van rechtswege doordat de opdrachtgever om welke reden dan ook de uitzendkracht niet langer wil of kan inlenen;
- (…).
3.Het verzoek
4.De beoordeling
niette vernietigen en om in plaats daarvan te verzoeken Flexfirst te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding.