Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser] ,
[eiseres 1],
[eiseres 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
2.228,00(2,0 punten × tarief € 1.114,00)
Rechtbank Limburg
Eisers vorderen dat gedaagde wordt veroordeeld tot het doen van een gerechtelijke verklaring en tot betaling van een bedrag van EUR 90.467,80 naar aanleiding van een executoriaal derdenbeslag op een vordering van naam B.V. tegen gedaagde. Eisers stellen dat gedaagde een beroepsfout heeft gemaakt door niet tijdig te voldoen aan een vonnis in kort geding, waardoor dwangsommen zijn verbeurd.
Gedaagde heeft een verklaring afgelegd dat zij geen vordering van naam B.V. heeft, wat eisers betwisten. De rechtbank overweegt dat eisers onvoldoende hebben onderbouwd dat er een vordering bestaat en dat gedaagde aansprakelijk is. Zonder een aansprakelijkstelling van naam B.V. kan niet worden verwacht dat gedaagde haar verklaring anders invult.
De rechtbank concludeert dat de verklaring van gedaagde niet onjuist is en wijst de vorderingen af. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten en nakosten, met wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en uitgesproken op 27 juli 2022.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af omdat niet kan worden vastgesteld dat gedaagde een onjuiste verklaring heeft afgelegd.