Uitspraak
RECHTBANK limburg
Lotus Maastricht B.V., [naam 1] en [naam 2] , te [plaatsnaam], eisers
Procesverloop
€ 20.000.
€ 30.000.
ter plaatsekan worden genuttigd – terwijl dat volgens vaste jurisprudentie wel is vereist om van horeca te kunnen spreken. Eisers wijzen bijvoorbeeld op de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 30 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY994. De sushi is vooraf klaargemaakt en verpakt in een verpakking die enkel en alleen geschikt is voor ‘to-go’. Op de locatie zijn ook geen tafels en stoelen. Naar aanleiding van de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter bestaat er geen afhaalmogelijkheid meer in het pand en kan de sushi enkel nog op bestelling bezorgd worden. De activiteiten zijn daarmee vergelijkbaar met de Albert Heijn die ook sushi in-house maakt en deze verpakt om vervolgens elders door klanten genuttigd te worden. Eisers hebben ter onderbouwing van hun standpunt ook gewezen op een uitspraak van deze rechtbank van 7 februari 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:953, waarin een vestiging van New York Pizza wordt aangemerkt als detailhandel, en niet als horeca.
het verstrekkenvan etenswaren betreft (waar bezorgen ook onder te scharen is). Nu horeca in het bestemmingsplan is gedefinieerd, en verweerder het gebruik terecht heeft aangemerkt als een horecabedrijf en afhaalservice in de zin van de planregels, is niet meer van belang om te beoordelen of de onderneming de uitstraling heeft van een horecabedrijf.
27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:620.
€ 759,- en wegingsfactor 1). Hoewel het om een beroepsprocedure en twee verzoeken om een voorlopige voorziening gaat, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om per verzoekschrift 0,5 punt toe te kennen omdat het om samenhangende zaken gaat met een grote overlap.
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer ROE 22/1093 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
- schorst het primaire besluit 1 tot twee weken na de bekendmaking van het nieuw te nemen besluit op bezwaar;
- schorst het primaire besluit 2 tot twee weken de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 2.277,-;
- draagt verweerder op om het betaalde griffierecht van € 1.095,- aan eiser te vergoeden.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op .