ECLI:NL:RBLIM:2022:5528
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie zonder rekening te houden met afspraken over kosten kind
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie tussen de ouders van een minderjarige. Partijen hadden bij hun scheiding afspraken gemaakt over een bijdrage van € 150 per maand, geïndexeerd tot € 157,44, plus een verdeling van bijzondere kosten. De vrouw verzocht om verhoging naar € 350 per maand, terwijl de man dit betwistte en stelde dat hij dit niet kon betalen.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en Nederlands recht van toepassing was. De wijziging werd gerechtvaardigd door gewijzigde omstandigheden, waaronder een stijging van het inkomen van de man en het feit dat de vrouw sinds 2021 als zzp'er werkt. Tevens werd vastgesteld dat de afspraken over bijzondere kosten niet werden nageleefd, waardoor deze buiten beschouwing werden gelaten.
De rechtbank berekende de behoefte van het kind op € 421 per maand, gebaseerd op het gezinsinkomen van partijen in 2020 en Nibud-tabellen. De draagkracht van de man werd vastgesteld op € 590 per maand en die van de vrouw op € 237 per maand, waarbij de rechtbank de omzet en geschatte kosten van de eenmanszaak van de vrouw meenam.
Na toepassing van de draagkrachtvergelijking en een zorgkorting van 15% vanwege de verblijfsregeling, bepaalde de rechtbank dat de man € 233 per maand aan kinderalimentatie moet betalen. De alimentatie moet vooruitbetaald worden en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de kinderalimentatie naar € 233 per maand, vooruit te betalen en uitvoerbaar bij voorraad.