Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
een appeltje te schillen’ had met [slachtoffer 1] . Ook had hij geen (voorwaardelijk) opzet op de diefstal gepleegd door zijn mededaders: een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de drie andere, betrokken personen kan niet worden bewezen. Hij was er niet bij toen de diefstal werd gepleegd. Uit de verklaring van aangevers, in samenhang gelezen, blijkt dat persoon 4 de ketting van [slachtoffer 1] heeft afgenomen toen de verdachte de slaapkamer al uit was. Er zijn vooraf ook geen afspraken gemaakt over het wegnemen van de ketting of enig ander goed.
verhaal gaan halen’. Op het moment dat [slachtoffer 1] werd gestoken met de schroevendraaier en de ketting van [slachtoffer 1] werd weggenomen, had de verdachte de slaapkamer al door het gat in de deur verlaten. Hij heeft pas later in het dossier gelezen dat er goederen uit de woning zijn weggenomen.
verhaal te gaan halen’. De reden hiervoor was dat [slachtoffer 1] [naam] , met wie [slachtoffer 1] eerder een relatie had gehad maar die op die nacht al enige tijd de vriendin was van de verdachte, zou blijven lastigvallen. De vier mannen zijn de woning binnengedrongen en hebben de deur van de in allerijl afgesloten slaapkamer, waar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich bevonden, ingetrapt/-geslagen. Daarna zijn ze door het gat de slaapkamer binnengedrongen. Daar hebben ze [slachtoffer 1] geslagen en getrapt.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straffen
.Daarin staat beschreven dat er geen problemen zijn op de diverse leefgebieden. De verdachte heeft de zorg over zijn zestienjarig broertje, omdat hun moeder naar Oostenrijk is verhuisd. De reclassering acht interventies of toezicht niet meer nodig. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het subsidiair aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat subsidiair meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert, zoals dat hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte voor de duur van 140 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die wordt gesteld op een termijn van twee jaren, zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van 3.385,00 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen over de periode vanaf 28 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten, die van de tenuitvoerlegging van dit vonnis daaronder begrepen, aan de zijde van [slachtoffer 1] tot op heden begroot op nihil;
- verklaart de [slachtoffer 1] in zijn vordering voor het overige niet ontvankelijk en bepaalt dat hij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van
- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt [slachtoffer 2] in de proceskosten, aan de zijde van de verdachte tot op heden begroot op nihil;
kunnen leiden: