Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De gronden van het verzoek
3.De reactie van de rechter
4.De beoordeling
.Daarvan is hier geen sprake.
Rechtbank Limburg
Verzoeker diende een voorwaardelijk verzoek tot wraking in omdat de rechter niet binnen de door hem gestelde termijn een inhoudelijke beslissing had genomen. De rechter gaf aan niet in het verzoek te berusten en legde uit dat vertragingen te wijten waren aan procedurele omstandigheden en corona-gerelateerd thuiswerk.
De wrakingskamer beoordeelde of er feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechter konden schaden. Volgens de kamer is een rechter te allen tijde te vermoeden onpartijdig, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden weerleggen. Het niet tijdig nemen van een procesbeslissing is geen grond voor wraking tenzij dit onomstotelijk wijst op vooringenomenheid, wat hier niet het geval was.
De kamer oordeelde dat het verzoek ongegrond was en verklaarde dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen vanwege misbruik van recht. De beslissing werd uitgesproken door drie rechters op 20 januari 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is ongegrond verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.