Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
11 november 2021. Eiseres en haar gemachtigde zijn digitaal verschenen. Namens eiseres was ook [naam psycholoog] digitaal aanwezig. Verweerder heeft zich in de zittingzaal laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Overwegingen
Op grond van de WVO stelt de gemeenteraad vervolgens een nadere regeling vast, in dit geval de Verordening. De gemeenteraad kan in de regeling bepalen dat in bijzondere gevallen wordt afgeweken van de inhoud van de regeling.
De rechtbank stelt vast dat in de Verordening niet is opgenomen dat vervoerskosten naar een school in België in aanmerking komen voor bekostiging. Gelet hierop biedt de Nederlandse onderwijswetgeving, noch de Verordening grondslag voor de gevraagde bekostiging van de vervoerskosten naar de school in Hasselt. Dit heeft de rechtbank eerder overwogen in de voornoemde uitspraak van 2 juni 2016, die ook betrekking had op [naam zoon] en waar verweerder naar heeft verwezen. Deze uitspraak zag weliswaar op vervoer van [naam zoon] naar de basisschool in België, maar de wet- en regelgeving voor het basisonderwijs en/of en voortgezet onderwijs is op dit specifieke onderdeel gelijk.
Verweerder heeft zich op zitting op het standpunt gesteld dat hij in het kader van de hardheidsclausule, juist gelet op het feit dat [naam zoon] ook in Hasselt op het internaat zit, getracht heeft maatwerk te leveren en mee te denken met de situatie van [naam zoon] en hem op basis daarvan een vergoeding toe te kennen voor het traject dat hij anders vijf dagen per week zou afleggen naar de mogelijk dichtstbijzijnde toegankelijke school in Geleen of Sittard. Dat [naam zoon] dan jaarlijks een medische controle zou moeten ondergaan – omdat dit een voorwaarde is die in de Verordening is opgenomen en daarmee geldt voor alle aanvragen en niet alleen voor [naam zoon] – acht de rechtbank geen onacceptabele voorwaarde. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat de medische controle acceptabel is nu [naam zoon] nog in de groei en ontwikkeling is en niet uitgesloten kan worden dat zijn situatie zou kunnen veranderen gedurende de periode van het voortgezet onderwijs. Het standpunt van eiseres dat toepassing van de hardheidsclausule moet zien op een volledige vergoeding van het leerlingenvervoer naar de school in België voor de volledige duur van het voorgezet onderwijs zonder tussentijdse medische beoordeling, kan dan ook niet slagen.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.496,-.
.