De rechtbank Limburg heeft op 14 december 2021 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte wegens het vervaardigen en bezitten van kinderpornografisch materiaal, bezit van een dierenpornografische video en het met verborgen camera's filmen van zijn minderjarige stiefdochter.
De tenlastelegging betrof onder meer het vervaardigen en bezitten van meerdere kinderpornografische foto's en video's, waarvan slechts één video feitelijk was omschreven. Hierdoor werd de dagvaarding gedeeltelijk nietig verklaard. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte één kinderpornografische video had vervaardigd en in bezit had, een dierenpornografische video bezat en zijn stiefdochter heimelijk had gefilmd met verborgen camera's in haar woning.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 178 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 200 uur. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van de feiten, de schending van de privacy van het slachtoffer, het feit dat verdachte zich zelf bij de politie had gemeld, zijn schuldbewustzijn en het lage recidiverisico volgens de reclassering.