ECLI:NL:RBLIM:2021:8539
Rechtbank Limburg
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen waardering onroerende zaken
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen over de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar tegen de waardering van meerdere onroerende zaken.
De rechtbank overweegt dat het bezwaar betrekking heeft op meerdere panden die op één aanslagbiljet zijn vermeld, waardoor dit volgens vaste rechtspraak als één bezwaar wordt beschouwd. Hierdoor is geen sprake van vier of meer samenhangende zaken zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht, zodat een hogere wegingsfactor van 1,5 niet gerechtvaardigd is.
Ook is niet gebleken dat de werkzaamheden van de gemachtigde meer dan gemiddeld complex waren. De bezwaren waren summier en grotendeels identiek, en er was één bezwaarschrift voor alle onroerende zaken. Daarom is de standaard wegingsfactor van 1,0 terecht toegepast.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de gevorderde hogere proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling en is openbaar gemaakt op 15 november 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en de standaard wegingsfactor 1,0 gehandhaafd.