Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10
- de brief d.d. 5 januari 2021 met producties 11 en 12 van [eiseres]
- de brief d.d. 8 januari 2021 met producties 1 tot en met 10 van NOB
- de twee brieven van 11 januari 2021 van NOB met producties 11 en 12 (en een verklaring van de huisarts)
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“De werknemer is derhalve in beginsel bevoegd de nakoming van re-integratieverplichtingen op te schorten als de werkgever niet voldoet aan zijn verbintenis tot loondoorbetaling tijdens ziekte, ook als deze door de werkgever niet nagekomen verbintenis ziet op reeds verstreken loonperioden.”(ECLI:NL:HR:2020:723). Als de werkgever derhalve ten onrechte het loon niet betaald heeft tijdens ziekte, zoals hier het geval is, mag de werknemer zijn verplichting tot arbeid in het kader van de re-integratie opschorten. Reeds om die reden hoeft [eiseres] niet te re-integreren buiten haar reguliere werktijd.
“(..)Het loon wordt voorts verminderd met het bedrag van de inkomsten, door de werknemer in of buiten dienstbetrekking genoten voor werkzaamheden die hij heeft verricht gedurende de tijd dat hij, zo hij daartoe niet verhinderd was geweest, de bedongen arbeid had kunnen verrichten.”
- dagvaarding € 108,54
- griffierecht 236,00
- salaris gemachtigde