Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verdere verloop van de procedure
- de rolbeslissing van 20 mei 2020;
- de conclusie van repliek met de producties 16 t/m 18;
- de conclusie van dupliek met productie 9.
Rechtbank Limburg
De Belastingdienst legde loonbeslag bij voormalig werkgever van eiseres wegens openstaande belastingaanslagen over 2012, 2013 en 2015. Eiseres stelde dat de beslagvrije voet onjuist was berekend en dat de aanslagen materieel onjuist en te hoog waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van ontvangst van de brief van de Belastingdienst over de beslaglegging voldoende was ontzenuwd. Eiseres had de juiste informatie voor de beslagvrije voet pas op 19 april 2018 verstrekt, waardoor de Belastingdienst de aanvankelijk berekende voet mocht hanteren voor de maanden daarvoor. De aanslagen over 2012 en 2015 stonden onherroepelijk vast en waren niet materieel betwistbaar bij marginale toetsing.
Voor de aanslagen over 2013 erkende de Belastingdienst een verlaging, waardoor het verzet tegen deze aanslagen gegrond werd verklaard. De overige vorderingen, waaronder onrechtmatigheid en schadevergoeding, werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Verzet gegrond voor aanslagen 2013, ongegrond voor 2012 en 2015; overige vorderingen afgewezen.