Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. V.E.J. Noelmans, rechter in de rechtbank Limburg, omdat zijn verzoek tot uitstel van de mondelinge behandeling niet werd gehonoreerd. De wrakingskamer oordeelde dat het niet toestaan van uitstel een procesbeslissing is die geen aanleiding geeft tot wraking, tenzij sprake is van objectieve partijdigheid, wat niet is aangetoond.
Daarnaast werden meerdere wrakingsverzoeken tegen de wrakingskamer zelf ingediend, welke de wrakingskamer buiten behandeling stelde wegens evident misbruik van recht, conform het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018. Verzoeker verscheen niet bij de mondelinge behandeling.
De wrakingskamer concludeerde dat geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die wijzen op vooringenomenheid of schijn van partijdigheid. Tevens werd de misbruikbepaling van artikel 39, vierde lid, Rv toegepast, waardoor toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak niet in behandeling worden genomen.