Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2021
in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2021.
Rechtbank Limburg
Eiser is in Duitsland aangehouden wegens rijden onder invloed van harddrugs, waarna zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard en dit via Eurcaris aan het CBR werd gemeld. Verweerder legde op grond daarvan een onderzoek naar de rijgeschiktheid van eiser op vanwege twijfel aan zijn geestelijke geschiktheid.
Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit, waarbij hij alleen de overschrijding van de termijnen in artikel 131, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 3, derde lid, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid aanvoerde. De rechtbank oordeelde dat de termijn van vier weken uit de Wegenverkeerswet geen fatale termijn is en dat de overschrijding van zes maanden in de Regeling weliswaar fataal is, maar in dit geval wordt gerechtvaardigd door de aard van de zaak, namelijk de buitenlandse aanhouding en de latere melding.
De rechtbank verwierp ook het beroep op proceskostenvergoeding wegens een foutieve aanhoudingsdatum in het primaire besluit, omdat deze fout in het bestreden besluit was hersteld en er geen sprake was van herroeping. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het opleggen van het onderzoek naar rijgeschiktheid wordt ongegrond verklaard.