Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
het Centraal Administratie Kantoor (CAK), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Limburg
Eiseres ontving zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en kreeg een factuur van verweerder voor een achterstallige eigen bijdrage van € 6.041,70 over de periode maart 2018 tot en met februari 2019. Verweerder had deze bijdrage niet ingehouden op de Wajong-uitkering van eiseres, ondanks eerdere telefonische contacten waarin werd verzekerd dat betalingen in orde waren. Eiseres maakte bezwaar en verzocht om kwijtschelding, maar verweerder wees dit af wegens het ontbreken van een wettelijke bevoegdheid tot kwijtschelding.
De rechtbank oordeelt dat hoewel geen expliciete wettelijke bevoegdheid bestaat, verweerder beleidsruimte heeft om onder omstandigheden af te zien van invordering. Tevens wordt geanticipeerd op het nog niet in werking getreden artikel 4:94a Awb dat kwijtschelding mogelijk maakt bij onevenredige nadelige gevolgen. De rechtbank stelt vast dat de situatie ingrijpende gevolgen heeft voor eiseres en dat de gebrekkige voorlichting door verweerder mede aan hem toe te rekenen is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot invordering van de eigen bijdrage wordt vernietigd wegens onevenredige belangenafweging.