ECLI:NL:CRVB:2018:3324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering eigen bijdrage zorg ondanks bezwaar over zorgvuldigheid en belangenafweging
Appellant ontving langdurige zorg van 2011 tot 2015 en was op grond van AWBZ en Wlz een eigen bijdrage verschuldigd. Het CAK stelde deze vast en vorderde een bedrag van € 14.608,70, later herzien naar € 11.115,94 wegens persoonsverwisseling en termijnoverschrijding voor 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het CAK ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het CAK het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van evenredige belangenafweging had geschonden door niet gedeeltelijk af te zien van invordering, mede vanwege een lange afbetalingsduur en onvoldoende rekening houden met zijn financiële situatie.
De Raad oordeelde dat het CAK een betalingsregeling van € 50 per maand had getroffen en bereid was deze te herzien bij nieuwe omstandigheden. Tevens hield het CAK rekening met de beslagvrije voet. Hierdoor was geen sprake van schending van genoemde beginselen. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wegens rente werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van € 11.115,94 door het CAK blijft gehandhaafd.