Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 8 november 2021 en de ter zitting overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen van de advocaat van [eiser] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
bevoegdheid en toepasselijk recht
“(…) [bedrijf 5] maakte eigenlijk nooit gebruik van mijn oprit. (…)”en
“(…) Tot [bedrijf 5] er kwam was er sporadisch gebruik zonder enige overlast. [bedrijf 5] gebruikte onze grond helemaal niet en [bedrijf 6] maakte wel gebruik van onze grond. Zolang we er geen last van hadden maakten we geen bezwaar. Als het gebruik voor overlast zorgde voor onze huurders spraken we [bedrijf 6] daarop aan (…)”Deze verklaring is door [eiser] onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat de rechtbank van de juistheid daarvan zal uitgaan. Het voorgaande – de leegstand en niet gebruiken van de oprit door [bedrijf 5] – brengt de rechtbank tot de conclusie dat geen sprake is van voortdurend bezit gedurende een termijn van twintig jaren.
1.126,00(2,0 punten × tarief € 563,00)