Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2020.
Rechtbank Limburg
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit en rechtmatig verblijf in Nederland, is sinds 2009 inburgeringsplichtig en heeft het inburgeringsexamen nog niet behaald. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft bij besluit van 17 juni 2019 vastgesteld dat eiser niet aan de inburgeringsverplichting heeft voldaan, maar geen boete opgelegd en de termijn verlengd tot 3 mei 2020.
Eiser stelde in bezwaar dat hij als oudkomer niet meer inburgeringsplichtig is en dat zijn psychische beperkingen hem verhinderen het examen te behalen. Hij betoogde dat de verlengde termijn arbitrair is vastgesteld zonder deskundigenoordeel en dat verweerder ten onrechte geen ontheffing heeft toegekend. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond en niet-ontvankelijk voor het verzoek tot ontheffing.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom de inburgeringsplicht niet op hem van toepassing zou zijn en dat hij geen aanvraag tot ontheffing heeft ingediend met een verklaring van een onafhankelijke arts. De verlenging van de termijn is redelijk en gebaseerd op wettelijke bevoegdheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser wordt vrijgelaten een ontheffingsverzoek in te dienen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de inburgeringstermijn wordt ongegrond verklaard en de inburgeringsplicht blijft van kracht.